De eerste gespecialiseerde reizen zouden rond 2017 zijn ontstaan, onder meer in Botswana, Zuid-Afrika en Rwanda. Sindsdien zijn er nieuwe touroperators, kampen en certificeringen bijgekomen. Dat ze enorm populair zijn, is misschien wat sterk uitgedrukt. Er zijn geen cijfers die een boekingsboom aantonen en de sector blijft voorlopig erg klein. Toch is één ding zeker: wat gisteren nog als een bevlieging werd gezien, groeit langzaam uit tot een volwaardig toeristisch aanbod.
Dit bericht op Instagram bekijken
Meer dan alleen de steak schrappen
Het eerste principe: geen enkel ingrediënt van dierlijke oorsprong. Vlees en vis verdwijnen van het menu, maar ook eieren, zuivelproducten en honing. Dat geldt eveneens voor de snacks tijdens de gamedrive, desserts, cocktails en wijn. Want ja, bij het klaren van sommige wijnen worden dierlijke stoffen gebruikt.
Bij Sashwa River of Stars, in de regio Groot-Kruger in Zuid-Afrika, staan bijvoorbeeld flatbreads met zoete aardappel op het menu. Ook sorghum, groenten uit de moestuin, curry’s en plantaardige meringues worden er geserveerd. De plek profileert zich als de enige volledig vegan safarilodge in Afrika. Andere accommodaties zijn eerder vegan-friendly. Ze bieden vegan gasten een complete ervaring, maar behouden daarnaast hun klassieke menukaart.
Die kritische blik stopt niet bij wat er op je bord ligt. Dekbedden met veren, leren fauteuils, wollen dekens, dierenhuiden als tapijt, zijde of bijenwas in cosmetica: in een hotelkamer kunnen verrassend veel dierlijke materialen verstopt zitten. De strengste formules passen daarom het beddengoed, de spaproducten en zelfs de minibar aan. Ook huiden en trofeeën worden uit het interieur geweerd.
In december 2025 werd Kings Camp, in het Zuid-Afrikaanse Timbavati-reservaat, de eerste Afrikaanse lodge met een certificering van Vegan Hospitality. Maaltijden, snacks, kamers, behandelingen en de opleiding van het personeel worden daarbij onder de loep genomen. Soms kan zelfs een vegan gids worden aangevraagd. Deze certificering beoordeelt wel hoe vegan reizigers worden ontvangen, niet het volledige milieubeleid. Een gecertificeerd hotel mag dus ook nog altijd vlees serveren.
Observeren zonder te storen
Een uitstekende plantaardige keuken volstaat niet om een safari ethisch te maken. Je kunt een perfecte curry serveren en daarna met vijf voertuigen achter een cheeta aanjagen voor dat ene goede kiekje.
De meest consequente touroperators kiezen voor kleine groepen en beperken het offroad rijden. Ze weigeren ook dieren te voeren, aan te raken of shows met dieren in gevangenschap te organiseren. Vegan Safari Africa organiseert onder meer kleinschalige rondreizen in Botswana. Daarbij werkt de organisatie samen met lokale gidsen en partnerkampen, in plaats van met één permanente lodge.
Ook de Global Sustainable Tourism Council raadt aan om wilde dieren op een niet-invasieve manier te observeren. Daarbij moet rekening worden gehouden met het aantal voertuigen en bezoekers. Een dier aanraken, lokken of uitdagen blijft een slecht idee. Ook als er zes volledig vegan passagiers in de auto zitten.
Echt milieuvriendelijker?
Wat voeding betreft, is het voordeel goed gedocumenteerd. Een studie van de Universiteit van Oxford bij meer dan 55.000 mensen schat dat de onderzochte vegan voedingspatronen ongeveer een kwart van de klimaatimpact en het landgebruik veroorzaakten van de voedingspatronen van grote vleeseters. De analyse gaat over Britse eetgewoonten en niet over de keuken van een Afrikaanse lodge. Toch bevestigt ze de voordelen van een plantaardige menukaart.
Dit bericht op Instagram bekijken
Dan blijft de reis zelf nog over. Een langeafstandsvlucht, eventuele verbindingen met een klein vliegtuig, transfers over de weg, airconditioning, waterverbruik en afval: een diner zonder dierlijke producten compenseert dat allemaal niet. Een paar bomen planten evenmin.
Sommige kampen gaan daarom een stap verder. Emboo River, in de Maasai Mara in Kenia, gebruikt een vloot elektrische voertuigen die met zonne-energie worden opgeladen. Het kamp werkt ook aan waterzuivering en afvalverwerking. De stille motor biedt bovendien een heel concreet voordeel: minder lawaai in de buurt van de dieren.
Deze vragen stel je vóór je boekt
Een goede touroperator moet duidelijk kunnen aangeven of het hele verblijf vegan is, inclusief het beddengoed en de cosmetica. Ook moet die de regels voor het observeren van dieren kunnen uitleggen en inzicht geven in het water- en energieverbruik. Vraag daarnaast welk deel van de inkomsten, banen en aankopen ten goede komt aan de lokale gemeenschap.
Dit bericht op Instagram bekijken
Een vegan safari is dus geen vrijbrief voor het klimaat. Het is evenmin gewoon een plantaardig menu met een olifant op de achtergrond. In de meest consequente vorm wordt de hele ervaring opnieuw bekeken: wat je eet, waar je op slaapt, hoe je je verplaatst en vooral hoe je kijkt. De savanne heeft nooit om onze aanwezigheid gevraagd. Het minste wat we kunnen doen, is ons er bewust gedragen.