Duurzame mode: hoe conscious kan een kledingketen zijn?

Geüpdatet op 9 juli 2019 door Isabelle Vander Heyde
Duurzame mode: hoe conscious kan een kledingketen zijn?

Massale toestroom modebeestjes in de Zoo van Antwerpen twee weken geleden. H&M stelde er met trots haar ecovriendelijke Conscious Exclusive collectie voor, een lijn die moet aantonen dat mode en duurzaamheid wel degelijk hand in hand kunnen gaan. De ecologische voetafdruk van de mode-industrie zorgt de laatste jaren–met reden- voor ongerustheid, tijd om in actie te schieten. Wat zijn de uitdagingen voor duurzame mode en hoe kunnen we die oplossen?

Tussen twee hapjes door weerklonk stiekem ook een derde vraag: waarom slechts één ecovriendelijke collectie uitbrengen en niet àlle H&M-producten volgens die principes produceren…?

Dankjewel Stella

Even situeren: sinds 2011 brengt H&M jaarlijks een Conscious –duurzame dus- collectie op de markt. Die is gemaakt uit milieuvriendelijke materialen zoals biologisch linnen, organisch katoen, gerecycleerde denim of Tencel, een nieuwe, zijdeachtige stof. Hoewel ecologie naar eigen zeggen altijd op de agenda heeft gestaan bij de Zweedse keten, vormde de samenwerking met Stella McCartney in 2005 een keerpunt. De Britse ontwerpster maakt zich al jaren sterk voor duurzame mode en weigert categoriek met schadelijke of dieronvriendelijke materialen te werken. Haar bijdrage aan de ondertussen welbekende Design Collab reeks was dan ook een collectie vervaardigd uit organische stoffen.

McCartneys grote verdienste? Ze bewees een (oorspronkelijk sceptische) modewereld dat je wél een winstgevend luxelabel kan uitbouwen op basis van ecologische principes. De vrouw die ooit voor irrationele boomknuffelaar werd uitgemaakt, staat tegenwoordig aan de top en toont haar collega’s in de luxesector hoe het moet. Een voorbeeldrol die ook H&M, zij het in de high street sector, op zich neemt . Met 3620 winkels en 850 fabrieken wereldwijd, heeft de Zweedse keten de macht -meer zelfs: de plicht- het voortouw te nemen in de inspanningen voor een milieuvriendelijker mode-industrie.

De prijs van fast fashion

Want maak je geen illusies: de mode- en textielindustrieën doen onze planeet geen deugd. Tijdens de modeweken worden bloedmooie silhouetten de catwalk op gestuurd, maar de realiteit erachter is minder fraai. Hele zwembaden water moeten eraan geloven om één jeansbroek te produceren, duizenden chemische stoffen komen te pas aan verwerkingsprocessen en miljoenen dieren worden jaarlijks gefokt en weer geslacht omwille van hun leer –een fashionable kudde, in alle stijl verantwoordelijk voor heel wat broeikasgassen… Kortom: de weinig duurzame productiemethoden en materialen geven onze kleren een verdachte tint, eentje die geen enkel wasmachine schoon krijgt.

H&M beseft het probleem maar al te goed en probeert haar impact op het milieu via tal van initiatieven te verkleinen. De keten bezit geen eigen fabrieken, maar werkt wereldwijd met zo’n 850 leveranciers, partners wiens productiemethoden aan ecovriendelijke criteria moeten voldoen. Om zich hiervan te verzekeren, ging H&M in zee met Greenpeace en het WWF. Een goed idee, want veel ketens stoten op lokale tegenwerking wanneer ze hun fabrikanten duurzame –vaak minder goedkope en tragere - methoden willen opleggen. Omdat de milieuwetgeving niet in alle landen even streng is, zijn veel fabrieken gemakkelijk in staat de eisen van klanten als bijvoorbeeld H&M te negeren. Ander veel voorkomend scenario: een strenge milieuwet, maar een corrupt beleid dat roet in het eten strooit. Uitdagingen op lokaal vlak dus, die enkel via bemiddeling en communicatie kunnen worden opgelost. Grote spelers als H&M moeten op dit vlak hun voorbeeldfunctie uitspelen en dit soort dialogen aangaan.

duurzame mode H&M consious

Verder wil het bedrijf ook het dringende probleem van “rauwe materialen” aanpakken. In plaats van steeds maar nieuwe grondstoffen in haar productieproces te integreren, wil het evolueren naar een “gesloten cirkel”, waarin materiaal keer op keer opnieuw wordt gerecycleerd. Mocht er dan toch nieuwe input nodig zijn, dan probeert het met duurzame materialen te werken. Zo mag het zich bijvoorbeeld ‘s werelds grootste gebruiker van biologisch katoen noemen –katoen dus, dat bij de teelt veel minder water verbruikt. Sinds een dik jaar kan je bij de keten ook terecht met je oude kleren, “mode afval” dat wordt gerecycleerd in de nieuwe collecties.

Elke stap telt

Klinkt mooi, oogt mooi: is H&M perfect? Verre van!  Haar status van grootste gebruiker ten spijt, wordt momenteel bijvoorbeeld maar 14% van haar aangeboden collecties uit duurzame materialen gemaakt en het veelbesproken recyclageprogramma staat nog maar in haar kinderschoenen. In een ideale wereld zou elk stuk in haar rekken het Conscious label moeten dragen, en niet enkel de zijden jurk die met veel poespas in de Zoo werd voorgesteld. Zwart/wit denken is echter uit den boze, de mode-industrie “genees” je niet op een dag tijd.

“Het is belangrijk in stappen te denken,” zegt Anna Gedda, H&M’s Head of Sustainability. “Neem nu organisch katoen: toen wij er in 2004 mee begonnen, was het absoluut niet ingeburgerd en was het heel moeilijk te verkrijgen. Wij zijn echter een gigantisch bedrijf en kunnen de vraag ernaar creëren: door het in grote mate aan te kopen en te gebruiken, maar ook door andere labels te laten zien wat de mogelijkheden ervan zijn. Tien jaar later is het materiaal van haar ‘experimenteel’ etiket verlost, is het omwille van de grote vraag ernaar minder duur geworden én wordt het in grotere mate geteeld. Bij ons is een goeie 20% van het gebruikte katoen duurzaam, tegen 2020 willen we daar 100% van maken.”

Meer met minder

H&M en andere ketens worden er vaak van beschuldigd de zogenaamde fast fashion in de hand te werken, consumenten steeds meer en steeds sneller te laten kopen en op die manier de afvalberg aan een ongekend ritme aan te dikken. Ook hier dringt zich volgens Gedda een nuance op. ”Die medaille is tweezijdig. Door ons grote bereik en ons financieel potentieel kunnen wij juist nieuwe soorten materialen op het grote publiek afvuren en het onderzoek ernaar steunen. We zijn niet van plan om minder te maken, wel om het gebruik van schadelijke materialen te beknotten. Het doel is meer met minder te produceren en op die manier de ‘modecirkel’ te sluiten: in plaats van steeds maar nieuwe grondstoffen in de keten in te voeren, gaan we recycleren of onschadelijke materialen aanspreken."

"Dat is ook wat gebeurt met de ingezamelde kledij van ons Garment Collecting initiatief. We werken samen met Born Again, een Brits bedrijf dat onderzoek voert naar recyclagetechnieken. Dankzij hen kunnen we de kleren tot op de vezel ‘strippen’ en diezelfde vezel hergebruiken in onze nieuwe collecties. Het is een relatief nieuwe techniek en het zit eigenlijk nog in de testfase, maar dat is net onze kracht: we kunnen nieuwe initiatieven en uitvindingen om mode duurzamer te maken naar een grotere schaal vertalen, uittesten en uiteindelijk gangbaar maken in de hele industrie. We kijken met andere woorden wat mogelijk is en welke grenzen we op termijn kunnen verleggen. Wist je dat de sequins uit de Conscious Collectie uit gerecycleerde shampooflessen werden vervaardigd? Klinkt nu gek, misschien is het binnen tien jaar echter zo gewoon als organisch katoen…”