Wie nieuwe hype-songs nodig heeft die zowel ‘s ochtends in de badkamer werken als ’s nachts in the club, moet DJ en producer Honey Dijon’s nieuwste album The Nightlife nu downloaden. Ze groeide op in Chicago, in een gezin waar soul de andere thuistaal was. Isaac Hayes, Minnie Riperton, Chaka Khan op de achtergrond van elk etentje, elke autorit, elke normale dag.

Op haar twaalfde sloop ze de club in – niet de glamoureuze losbandige versie, maar de vroege variant: gymzalen of coffee bars met een vrij podium en een vrijdenkende muziekprogrammator. Ze was een kind en meteen al getuige van de golf van house music die rechtstreeks voortkwam uit disco. “House music is disco’s revenge”, herhaalt ze graag. Want ze begreep toen al wat er op het spel stond: de dansvloer was dé plek voor outcasts om samen te komen. Het was gemeenschap. Vrijheid. Protest.

Enkele decades later, en het voeden, bestuderen en uitpuren van die vroege intuïtie heeft van Honey Dijon een van de meest veelzijdige en consequente creatieve stemmen van haar generatie gemaakt. Haar residentie in Berlijnse danstempel Berghain, dat door haar trouwe fans ‘church’ wordt genoemd, is al jaren een vaste waarde. Ze schreef mee aan Cozy en Alien Superstar, naar mijn gevoel de beste nummers op Beyoncés monsteralbum Renaissance. Ze werkte o.a. samen met Kim Jones aan soundtracks voor Louis Vuitton en Dior. In 2019 lanceerde ze Honey Fucking Dijon, haar kledinglabel in samenwerking met Adrian Joffe, van Dover Street Market en man van Rei Kawakubo.

Honey’s liefde en grondwerk voor clubcultuur werkt allesomvattend: als levend archief, als futuristisch eerbetoon, als sacraal statement. Haar nieuwste worp heet The Nightlife en werkt als viering en wake-up call tegelijk. Helemaal buzzed en overactief na het herhaaldelijk beluisteren van mijn researchmateriaal vuur ik meteen mijn eerste vraag op haar af.

The Nightlife is nogal een titel. Het omvat zoveel. Wat is je persoonlijke invulling?

“Het uitgaansleven is big business geworden. Corporate. Het is entertainment in plaats van cultuur. Ik wou terug naar de essentie: gemeenschap, zelfexpressie, vreugde, vrijheid. Een eerbetoon, dus. Mijn vorige album, Black Girl Magic, was een reactie op een bepaald moment: Black Lives Matter, de #MeToo-beweging, het gebrek aan diversiteit in dance music. En sindsdien hebben we een pandemie gehad. Trump is herverkozen. We zien hoe burgerrechten worden uitgewist. Ik groeide op in een clubcultuur waar het om gemeenschap ging, om safe spaces voor queer mensen, voor gemarginaliseerde mensen, voor vrouwen. Ik wou dat vieren. En ik wil iedereen er ook eraan herinneren waar dit allemaal begonnen is. This is Black music.”

Icone citation

Geweldige muziek heeft geen houdbaarheidsdatum.

Op je twaalfde sloop je al de club in.

“Je moet begrijpen dat housemuziekfeesten organiseren een Afro-Amerikaanse kunstvorm is. Een van de weinige ruimtes ook die niet gepoliced werden. Het waren queer, bruine, zwarte ruimtes waar geen alcohol geserveerd werd. Vaak kon je er alleen fruitsap krijgen. Veel vroege parties vonden plaats in de gymzalen van katholieke scholen. Dat was mijn eerste exposure: letterlijk mijn lokale high school. Nadien had ik een nep identiteitskaart zodat ik ouder leek en stapte ik een wereld binnen die ik nooit meer heb verlaten. Frankie Knuckles zei het altijd zo mooi: “house music is disco’s wraak”. Na het verbranden van discoplaten in Comiskey Park herincarneerde disco zichzelf in house. Dat was mijn eerste muzikale opvoeding — samen met wat thuis gespeeld werd: Isaac Hayes, Minnie Riperton, Donny Hathaway, Chaka Khan, de Isley Brothers. Soul was mijn fundament. Van fan werd ik clubkid, van clubkid werd ik dj. Liefde voor muziek wordt passie, passie wordt hobby, hobby wordt een job, een job wordt een carrière.”

Een carrière die je ook tot bij Beyoncé heeft gebracht. Hoe heeft dat jou veranderd als artiest?

“Het heeft alles veranderd. Wat Beyoncé deed met Renaissance was zwarte muziek vieren in al haar facetten: ballroom, house, disco, R&B, hip-hop, alles tegelijk. Het was een statement over de geschiedenis van zwarte cultuur. Voor mij persoonlijk heeft het mijn kijk op songwriting en productie volledig opengeblazen. Ik heb zoveel geleerd over melodie, over arrangement, over hoe je een coherent geheel bouwt. En dat heb ik meegenomen naar The Nightlife. Dit is geen puur dance-album, ik zou het eerder progressive R&B noemen, als je het per se een label moet geven. Maar eigenlijk: ik doe niet aan genres.”

Just Friends artwork

Just Friends artwork

Het album is opvallend intergenerationeel. Chloe Bailey, Green Tea Peng, Jacob Lusk. Heel bewust?

“Zo ben ik opgegroeid, en zo wil ik werken. In Engeland wordt dansmuziekcultuur heel jong gehouden, alsof er een vervaldatum op plezier zit. Maar ik heb zes jaar in Berlijn gewoond. Daar was geen schaamte als je vijftig, zestig, zeventig was en nog steeds in de club stond. Geweldige muziek heeft geen houdbaarheidsdatum. Ik heb veel met vrouwen gewerkt, veel queer artiesten en veel mensen uit de UK, want ik woon hier nu. Die diversiteit van stemmen is geen statement, het is gewoon hoe ik de wereld zie.”

De teksten zijn heel intentioneel. Manifesten bijna.

“Ik hou van het album als vorm. Er is een verhaal. Er is voorspel, intensiteit, een climax, en dan het neerdalen. Veel van wat ik schrijf komt uit mijn eigen leven. Mijn liefdesleven als reizende dj is een ramp, maar op een mooie manier. Ik ben niet op de dating-apps en ik ga niet naar bars als ik niet werk. Ik heb zo’n ongewoon bestaan: de tijdzones, de gekke uren, het verlangen naar stabiliteit en verbinding, en ik moet dat ergens kwijt. Dus stop ik het in mijn songs. De seksuele energie, de frustratie, het verlangen.”

Icone citation

Ik gebruik kleding als culturele communicatie.

Je bent al decennialang relevant en productief én je ziet er prachtig uit. Wat is je geheim?

“Ik beschouw mezelf als een atleet. Ik drink geen alcohol, ik rook niet, ik eet geen suiker. Ik doe yoga drie keer per week, train drie keer per week, pilates. Want om honderd procent aanwezig te zijn – vibrationeel, energetisch – moet mijn lichaam daarvoor klaarstaan. Maar de echte, eerlijke waarheid? Probeer maar eens arm te zijn als artiest in New York. Ik heb altijd gezegd: ik ben liever moe van te werken dan moe van te zoeken naar werk. Want moe ben je sowieso. Ik heb echt alles gedaan. Hoteltelefoonoperator, dansen op bartafels, tafels afruimen, verzekeringen verkopen. Ik wil niet terug, dus ik blijf hongerig en nieuwsgierig. Hoe kan je je vervelen als er zoveel te ontdekken valt?”

honey dijon

Stash Makadsi

Je bent heel erg verweven met de modewereld. Hoe ver gaat dat terug?

“Tot mijn kindertijd. Mijn oom was kleermaker en mijn vader nam me altijd mee als hij iets ging opmeten. Thuis lagen GQ en Vogue. Maar voor de zwarte Amerikaanse bevolking gaat de verbinding met kleding nog veel dieper. Na de Tweede Wereldoorlog, tijdens de burgerrechtenbeweging: als je menselijkheid je ontnomen wordt, geeft kleding je waardigheid terug. Hoe wij ons kleden heeft altijd onze menselijkheid hersteld. Dat is geen esthetiek. Dat is overleving. Ik werd zwaar gepest als queer kind in een zwarte en Latijnse buurt. Die magazines waren mijn ontsnapping. Later werd kleding een culturele signifier om mijn tribe te vinden. Maar stijl ging voor mij nooit over merken of geld. Het was communicatie. Het was: dit is de muziek die ik luister, dit zijn de clubs waar ik van hou, dit zijn de boeken die ik lees. Frankie Knuckles heeft mode gestudeerd. Larry Levan (legendarische DJ die veel te jong gestorven is, nvdr.) ook. Die verbinding tussen nightlife en mode is er altijd al geweest.”

En zo kwam er Honey Fucking Dijon, het merk.

“Precies. Ik werkte jarenlang samen met Kim Jones – eerst voor zijn shows voor Louis Vuitton, daarna voor Dior. We brachten underground house naar de catwalks van Parijs. In 2019 begon ik Honey Fucking Dijon met Adrian Joffe van Dover Street Market. Mijn eerste collectie gebruikte iconische house-songtitels als graphics. Woorden als grafisch statement, dat vind ik prachtig. Daarna werkte ik met de Keith Haring Foundation en gebruikte zijn minder gecommercialiseerde tekeningen, zoals de uitnodiging die hij maakte voor Larry Levan’s verjaardagsfeestje en de Sound Factory-uitnodiging. Met de Mapplethorpe Foundation stelde ik mezelf de vraag: hoe hercontextualiseer je de manier waarop hij naar het zwarte lichaam keek dan nu door de ogen van een zwarte transvrouw? Dat zijn de vragen die ik stel bij elke collectie. Wat wil ik zeggen? Hoe zeg ik het? En voor wie?”

Wat wil je voor het merk in de toekomst?

“Een infusie van cash. Heel duidelijk. (Lacht) Ik heb grote ideeën. Maar mode heeft een saaie kant: hoeveel verkoop je, is de timing goed, hoe doorbreek je de ruis? Daar heb je geld voor nodig. Dat is gewoon de realiteit. Maar boven alles wil ik subculturen blijven vieren door kleding. Ik gebruik kleding als culturele communicatie. Er zijn zoveel verhalen die nog niet verteld zijn. Ik heb nog veel te zeggen.”