Twaalf jaar na zijn afstuderen in Gent is Lukas Dhont een van de meest gelauwerde Belgische cineasten van zijn generatie. Zijn debuut Girl (2018) veroverde in Cannes de Caméra d’Or én de Queer Palm; Close (2022) won er de Grand Prix en werd genomineerd voor de Oscar voor Beste Internationale Film. Nu is er Coward, opnieuw geschreven met vaste co-scenarist Angelo Tijssens, in Cannes bekroond met de prijs voor Beste Acteur voor hoofdrolspelers Emmanuel Macchia en Valentin Campagne, en intussen de officiële Belgische Oscarinzending. De derde keer op rij dat die eer hem te beurt valt.

“Moed,” zo stelde Maya Angelou ooit, “is de allerbelangrijkste der deugden.” “Want zonder is het heel moeilijk om de andere zoals eerlijkheid, geduld, hoop en naastenliefde, consequent te beoefenen.” Ik moest er meteen aan denken toen ik de titel las van de nieuwe film van Lukas Dhont. Coward. Lafaard. Een hard en misprijzend woord, toch? Waar eigenlijk enkel lelijke connotaties aan vastkleven. En dan werd ook nog bekendgemaakt dat de film zich afspeelt ten tijde van Wereldoorlog I. Eerlijk: bij de start van een vroege screening, waarvoor ik mijn enige vakantie van het jaar had onderbroken, zat ik nog even ongemakkelijk in mijn cinemazetel te schuiven, vrezend dat ik twee uur lang het schrille gefluit van kogels en fronttestosteron-geschreeuw zou moeten ondergaan. Maar eigenlijk wist ik ergens wel dat ik me niet aan het klassieke loopgravenepos hoefde te verwachten. Bij Lukas Dhont valt het harde immers altijd samen met het tedere. Zijn films spelen zich af op een evenwichtsbalk waar youthful whimsy frontaal in botsing komt met de harde buitenwereld. Niet toevallig zijn zijn personages steevast jong en nog voluit voelend voor ze geleerd hebben zichzelf in te tomen. Precies daarom kan een woord als coward in de handen van Dhont beginnen te kantelen. Want wie is eigenlijk de lafaard? Zij die meemarcheren met de groep, of zij die durven liefhebben op een plek waar hun dat het leven kan kosten?

© the Reunion

Dit is je derde film. Wat was je state of mind tussen Close en Coward? Hoe ga je om met de comedown na een film?

Het parcours is al telkens anders geweest. Na Girl was opnieuw beginnen zwaar. Door een eerste film te maken die zoveel reacties kreeg, had ik heel hoge verwachtingen. En die druk blokkeerde de echte creativiteit, dus dat werd een moerassig traject. Bij Coward heb ik het meer kunnen loslaten. Ik was eigenlijk begonnen aan een ander project. Ik ben peter van Le Refuge, een Belgisch opvangtehuis voor jongeren die hun land of familie hebben moeten ontvluchten omwille van wie ze zijn. Ik wilde daar graag iets rond doen, want het werk dat er gebeurt is fundamenteel, en er komen verschillende culturen en karakters bij elkaar. Maar ik liep een beetje vast. Op een dag was ik aan het rondwandelen in Parijs en stapte ik een fotowinkel binnen. Ik vond er zwart-witfoto’s van soldaten in jurken, gemaakt van parachutes en jutezakken, achter het front. Een beeld dat ik nog nooit had gezien. Het proces van Coward was er een met heel veel archiefwerk. Angelo en ik hebben daarvoor best wel wat tijd in Londen gespendeerd, in het Imperial War Museum.

Ook al was de bredere setting omvangrijk – een wereldoorlog als backdrop -, toch heb je een bepaalde intimiteit kunnen bewaren. Je laat het front wel zien, maar je keert ook altijd terug naar een kleinere, misschien veiligere plek.

Er zijn al zo veel oorlogsfilms waar de camera gericht is op het slagveld en de brutaliteit. Het leek ons fijn om zoveel mogelijk te focussen op hoe die mannen probeerden te overleven in de coulissen. Ik herinner mij een getuigenis van een jonge soldaat die beschreef hoe een medesoldaat in hun kamp gedoopt was tot ‘moeder’. Die mannen misten stuk voor stuk de vrouwen in hun leven. En daarom hebben ze één van hen gedoopt tot “moeder”. En elke avond voordat de soldaten gingen slapen, gaf die “moeder” iedereen een nachtkus. Ik dacht toen: als ik dat zou schrijven, dan zou een groot deel van het publiek denken dat dat een fantasie is van mij. We kunnen ons bijna niet inbeelden dat zo’n tedere scène echt gebeurde. Het is interessant: nu leven we in een tijd waarin we het geweld van het patriarchaat onder ogen durven zien, maar vroeger, verstopt in de schaduw, hebben mannen ook altijd gezocht naar zachtheid, naar verbinding, naar emotionele expressie.

Icone citation

Het is interessant dat we nu in een tijd leven waarin we het geweld van het patriarchaat durven onder ogen komen, maar vroeger, verstopt in de schaduw, hebben mannen ook altijd gezocht naar zachtheid, naar verbinding, naar emotionele expressie.

Het is een cast met alleen maar mannen, maar je voelt het verlangen naar de vrouwelijke energie heel sterk, ook omdat ze “vrouwelijkheid” gaan uitbeelden.

Oorlog is, zoals Virginia Woolf zou zeggen, “a man’s game”. Maar voor mij is Coward net een eerbetoon aan vrouwen. In de scènes waarin de mannen vrouwelijkheid uitbeelden, voel je hoe hard ze naar die energie hunkeren. Dat die mannen heel eventjes ergens anders en iemand anders konden zijn, toont hoe hard kunst in onze samenleving nodig is. Het is een zalf voor de ziel.

coward

© the Reunion

Ik vond het heel mooi dat je de intieme, queer momenten hebt afgeschermd. Ik was bang dat er op die momenten toch nog geweld – verbaal of niet – zou volgen. Hoe heb je daar bepaalde beslissingen in genomen?

Het is interessant dat die oorlog, in 1917, voor onze twee hoofdpersonages net dingen wel mogelijk maakte in plaats van onmogelijk. De grote uitdaging was: hoe ontwikkelt een liefdesverhaal zich op zo’n publieke plek? Dat was net de kracht van die foto’s van de mannen die de vrouwenrollen speelden. Voor velen was dat waarschijnlijk slapstick. Maar er moeten mannen geweest zijn voor wie het meer was. Plots, doordat één van de twee de vrouw speelt, kan er tóch contact zijn – volledig gecamoufleerd binnen een heteronormatief kader. Ik had veel zin om voor het licht te kiezen, en om de film een hommage te laten zijn aan zij die in het verleden hebben liefgehad, misschien hele levens samen hebben geleefd, zonder dat de buitenwereld het ooit wist.

Dat is ook weer zoiets wat kunst doet: die verhalen een plaats geven en laten weten aan volgende generaties dat het wel gebeurde. Dat het er was.

Het onzichtbare zichtbaar maken, inderdaad. In het Belgische leger waren er ook mannen die plots uit de oorlog verdwenen. Waarschijnlijk zijn sommigen gedeserteerd en hebben ze nooit meer kunnen terugkeren naar hun familie. Wat ik daar bijzonder aan vind: in een tijd waarin iedereen geïndoctrineerd was om geweld als een verplichting te zien, maakten zij de keuze voor zichzelf. “Aan dit bloedbad wil ik niet meedoen.” Dat is voor mij een personage dat ik nog niet vaak gezien heb.

Dat raakt aan de titel. Wanneer ben je een coward? Wanneer je meedoet aan verplicht staatsgeweld, of wanneer je weigert?

Ik denk dat er in het verleden heel veel jonge mensen zijn gaan vechten, of gestorven zijn, uit schrik om lafaard genoemd te worden. Het is een woord dat voor velen met heel wat schaamte gepaard gaat. In een oorlogsfilm zijn moed en heroïek gelinkt aan de mogelijkheid van mannen om hun gevoelens te smoren om toch maar te kunnen doorgaan. Ik wilde die vraag opnieuw stellen: wat bestempelen wij als laf of moedig? Iemand die alles wat hij ooit ingeslikt heeft toch durft te externaliseren, is die niet net moedig? Want liefhebben vraagt een serieuze portie lef.

coward

© Thomas Nolf

Je werkt opnieuw met jonge, grotendeels onervaren acteurs. Kan je iets vertellen over het castingproces en de magie die daarmee gepaard ging?

Ik ga natuurlijk vaker op zoek naar jonge energieën die een stuk van zichzelf meebrengen. Voor het personage van Francis zocht ik iemand die weinig schaamte heeft, wat voor mij een bijna magische kwaliteit is. Valentin heeft geen stress om à la minute op een tafel te performen voor honderdvijftig mensen. Die krijgt daar energie van. Dus hem ontmoeten was perfect. Emmanuel is bijna het tegenovergestelde. Hij zou nog liever in een hoekje kruipen: heel timide, maar met een enorme waarachtigheid. Hij probeerde ons op de casting niet te imponeren, niet méér te doen dan wat hij had. Ideaal voor de rol van Pierre.

Kan je iets vertellen over de enscenering? De kostuums, liedjes en choreografie zijn heel belangrijk in de film.

Ik was enorm geïnspireerd door James Ensor, bij wie het kleurrijke en het macabere altijd samengaan. Dat idee van de dodendans zit voor mij heel erg in het ziekenhuis, en bij de krater op het einde gaat het nog verder. Daar proberen ze de heldhaftige, viriele taal door te geven aan mannen die zo meteen naar het front moeten. Met onze kostumière Isabel Van Renterghem hebben we die scène gebouwd met kostuums uit de Griekse oudheid, uit de middeleeuwen, uit de Eerste Wereldoorlog waarin het zich afspeelt — net om dat gevoel te krijgen van álle soldaten door de eeuwen heen die samen staan te zingen. Nora Monsecour, ooit onze inspiratie voor Girl, zorgde voor de choreografie. Met haar de bewegingen van die tijd ontdekken was heel bijzonder.

Icone citation

Ik wilde de vraag, wat bestempelen wij als laf of moedig, opnieuw stellen: Iemand die alles wat hij ooit ingeslikt heeft toch durft te externaliseren, is die niet net moedig?

Dit is de derde keer dat een film van jou uitgeroepen wordt tot de Belgische Oscarinzending. Je kent het parcours ondertussen. Hoe blijf je sane in die hectische periode?

Om in dat verhaal mee te stappen, moet je vooral zin hebben om je eraan over te geven — het is een voortdurende draaikolk, een circus, en dat bedoel ik positief. Om helder te blijven is het belangrijk om mezelf creatief te blijven voeden: iets schrijven, of naar een museum gaan. Mijn ervaring maakt jammer genoeg weinig uit, want elk jaar is anders. Wat ik wél fijn vind, is dat ik op korte tijd heel veel publiek ontmoet, en dat vertelt mij iets over wat de film teweegbrengt. Bij Close was dat zwaar: veel mensen projecteerden er iemand op die ze verloren waren, en deelden dat in volle openheid na de film. Ik voelde me enorm verbonden met hen, maar ik keerde soms terug naar mijn hotelkamer en lag daar dan met vijftien jeugdtrauma’s van anderen te dobberen. Die hoeveelheid emotie heb ik onderschat. Ik wil me niet afschermen voor die connecties, want ze zijn deel van de aantrekking, maar ik probeer alles wel beter te doseren.