In Hasselt opent PXL-MAD School of Arts โ€˜Fashion Technology Futuresโ€™, een postgraduaat dat modepraktijk, theorie en cutting-edge tech samenbrengt op een manier die nergens anders bestaat. Departementshoofd Dirk Reynders gaf het startschot. Modeontwerper en beeldend kunstenaar Flora Miranda coรถrdineert het programma. Een dubbelgesprek over digitale kleermakers, een inclusieve modewereld en de vraag waarom het uitgerekend in Hasselt moest gebeuren.

Mode en technologie zijn al langer met elkaar verweven dan mensen denken. Het weefgetouw van Jacquard, dat in de negentiende eeuw door ponskaarten werd aangestuurd, was technisch gezien een vroege computer. Ada Lovelace zag dat, en legde er de basis mee voor wat later software zou worden. Toch bleven fashion en tech voor velen een abstracte combinatie, iets voor insiders of techneuten. De afgelopen jaren kwam daar gelukkig veel verandering in.

Naast de runway is de Belgische kunstenaar en fotograaf Frederik Heyman een van de meest overtuigende voorbeelden van hoe technologie modebeeldtaal radicaal kan vernieuwen. Heyman werkt met fotogrammetrie en 3D-scanning om digitale werelden te bouwen waarin mode, lichaam en technologie onlosmakelijk samenvloeien. Hij werkt voor namen als Beyoncรฉ, Arca en DIESEL. Zijn beelden zijn surrealistisch maar ongelooflijk precies en vertrekken steeds vanuit een diep begrip van wat mode kan betekenen op een lichaam.

Op de runway waren het de meest tastbare momenten die de laatste jaren het langst bleven hangen. Coperni stuurde Bella Hadid de catwalk op in ondergoed en spoot haar live en voor publiek een witte jurk aan in vloeibare stof die binnen enkele minuten verhardde. Datzelfde huis organiseerde vorig seizoen een show als een LAN-party, waar modellen liepen tussen computerschermen en gamingsetups. Iris Van Herpen combineert al jaren 3D-printing met haute couture. Schiaparelli kwam met motherboard-core: jassen en jurken bezaaid met chips en circuits als ornament. Duran Lantink stuurde een model de catwalk op met een selfiecamera ingebouwd in de jurk.

Ook interessant is wat er gebeurt wanneer gaming en mode elkaar ontmoeten. Het Antwerpse label MUTANI van Shayli Harrison introduceerde het concept โ€˜all-day cosplayโ€™: hoogwaardige digitale stukken die iconische gaming- en animepersonages vertalen naar wearable fashion. De vraag die MUTANI stelt, namelijk wie we willen zijn buiten het scherm en wie erbinnen, speelt al jaren, maar zij komen met opties.

En de integratie gaat verder. Merken als Jil Sander, MCM en Burberry experimenteerden de voorbije seizoenen met AI in hun campagnes: gegenereerde beelden, gesimuleerde omgevingen, archiefmateriaal dat digitaal werd uitgebreid. De reacties waren gemengd. Waar AI achter de schermen waarde toevoegt, namelijk in het reduceren van staalcollecties, het versnellen van ontwerpcycli en het voorspellen van trends, blijkt het frontstage nog heel kwetsbaar. Consumenten ervaren AI-gegenereerde campagnebeelden voor luxemerken op dit moment vaak nog als minder waardevol, zelfs als het merk daar transparant over is.

Het is precies die spanning, tussen wat tech kan en wat mode wil zijn, die het nieuwe postgraduaat Fashion Technology Futures aan PXL-MAD School of Arts in Hasselt wil exploreren. Het programma zal studio-praktijk, onderzoek en experiment combineren en bevraagt niet enkel technologische mogelijkheden, maar wil ook haar normerende en soms problematische rol binnen mode en visuele cultuur van dichterbij bekijken.

Dirk, hoe is het idee voor Fashion Technology Futures ontstaan?

DR: Vanuit een bedenking die ik al jaren meedraag: de mode-industrie heeft steeds meer nood aan mensen die digitale vaardigheden verbinden met artistieke verbeelding. Vlaanderen en Brussel hebben sterke opleidingen, elk met een eigen profiel: Gent blinkt uit in textiel- en modetechnologie, Brussel en Antwerpen in artistieke visie en modecultuur. Met PXL-MAD willen we daarop aansluiten en die sterktes versterken, door een artistiek-digitaal en creatief profiel toe te voegen.

Icone citation

โ€œWe willen digitale vaardigheden verbinden met artistieke verbeelding.โ€

Flora, hoe raakte jij betrokken?

FM: Dirk heeft een kleine groep mensen samengebracht voor een losse brainstorm. Dat was zo boeiend dat we vaker en vaker afspraken en zo zijn we het postgraduaat in die sessies eigenlijk beginnen vormgeven. Iedereen droeg bij vanuit hun expertise. Zelf werk ik al jaren op het snijpunt van mode en technologie, ik ken veel mensen in het veld, ik weet wie goed is in wat. Dus ik ben me beginnen bezighouden met de inhoud en met het samenstellen van het team.

Voor wie is dit postgraduaat precies bedoeld?

DR: Voor mensen met heel uiteenlopende achtergronden. Iemand met een modediploma die het digitale mist. Maar ook iemand uit character design, media of technologie die dan weer meer naar de mode-kant wil. Of een autodidact met een sterk portfolio maar zonder klassiek bachelor- of masterdiploma – ook die zijn welkom.

FM: Wat we willen is mensen laten denken als een modeontwerper, maar dan mรฉt technologische skills. Een modeontwerper stelt altijd vragen over identiteit, over het lichaam, over schoonheid. Mensen met een technisch profiel leren dat anders benaderen. Omgekeerd: wie uit de mode komt, mist vaak de digitale gereedschappen. Het postgraduaat is de brug.

Wat leren studenten concreet?

FM: We beginnen met de geschiedenis van mode en technologie, want die link gaat veel verder terug dan mensen denken. De Jacquard Loom, het weefgetouw dat door ponskaarten werd aangestuurd, was eigenlijk een computer avant la lettre. Vanuit die historische context gaan we naar identiteit, gender, het digitale lichaam. Er zijn ook cursussen over hoe je jezelf presenteert, want als je in modetech werkt, zit je soms in de kunstwereld, soms in de modewereld, soms in de start-upwereld. Dat vraagt telkens een andere taal.

Icone citation

โ€œDe Jacquard Loom was een computer avant la lettre.โ€

DR: En er is ook een docent die bewust anti-technologie is. Dat is een tegenpool die we expres in het programma hebben opgenomen. Technologie moet een middel zijn, geen doel op zich. Dat kritische perspectief hoort erbij.

Waar werken de studenten het jaar naartoe?

FM: Het hele jaar ontwikkelen ze een portfolioproject. Alle cursussen dragen daaraan bij. Ze worden individueel begeleid door een mentor; er zijn acht mentoren in totaal, ik ben er รฉรฉn van. Het eindresultaat is heel open: een digitale collectie, een fysieke collectie met technologie erin verwerkt, een systeem om kledij te ontwerpen… Dat kan allemaal. Er is een tentoonstelling en een presentatie op het einde.

Mutani. Stylist: Robbie Van Mierlo, Fotograaf: Lea Sophia Mair, Graphic Designer: Simon Villaret

Mutani. Stylist: Robbie Van Mierlo, Fotograaf: Lea Sophia Mair, Graphic Designer: Simon Villaret

Antwerpen heeft de Modeacademie, Brussel heeft La Cambre. Waarom uitgerekend Hasselt?

DR: Omdat we in Hasselt een unieke kans zien om iets toe te voegen aan het bestaande modelandschap. Wij hebben Modemuseum Hasselt waar nu een fantastische tentoonstelling loopt net over die Limburgse invloed. We hebben dus een sterke mode-identiteit รฉn hier is nog fysieke ruimte; in de grote steden is alles al ingenomen. Ik zeg altijd: Hasselt is het balkon van Europa. Maastricht, Luik, Aken, Eindhoven: dat zijn onze buren.

FM: Al in 2019 heb ik met Modemuseum Hasselt en Z33 op een project rond AI gewerkt en dan enkele jaren later had ik een collab met Cegeka, een van de grootste tech bedrijven van Belgiรซ die vlakbij de PXL campus gevestigd is. Er zijn C-Mine en Bokrijk โ€“ de regio Limburg is op dat vlak uniek.

Welke infrastructuur komt er bij PXL-MAD?

DR: We hebben een Europese subsidie van 2,4 miljoen euro binnengehaald waarmee we nieuwe studioโ€™s bouwen: een experimentele prototyping studio voor virtual fashion en 3D-scanning, een virtual production studio, een spatial design studio, een sound studio en een immersive storytelling studio. Dat zijn unieke faciliteiten die voor alle studenten van PXL-MAD toegankelijk zijn, maar die ook heel specifiek aansluiten bij wat dit postgraduaat vraagt.

Flora, jij bent al tien jaar actief als ontwerper en kunstenaar. Hoe heeft jouw eigen praktijk de visie op dit postgraduaat gevoed?

FM: Ik heb alles zelf moeten uitvinden. Toen ik aan de Antwerpse Modeacademie studeerde, onder Walter Van Beirendonck en Dirk Van Saene, was er niemand die me veel kon vertellen over technologie in mode. Ik heb nadien gewerkt bij Iris Van Herpen en daarna mijn eigen weg gezocht. De laatste jaren heb ik me echt verdiept in data-driven ontwerpen: ik neem data, koppel die aan een visueel systeem, en vertaal dat naar stoffen, installaties of software.

Zo werkte ik met een onderzoeksinstelling in Mol: zij hadden data van kernreactoronderzoek, ik visualiseerde die en maakte er een textieltentoonstelling van 150 meter lang. Of ik bouw softwaretools die ik dan ook voor mijn eigen collecties gebruik.

Jouw laatste collectie was gebaseerd op รฉรฉn algoritme. Hoe werkt dat in de praktijk?

FM: Dat algoritme genereerde alle vormen, alle patronen, en ik vertaalde die naar verschillende stoffen en technieken. Er was ook een computergame waarbij je uit hetzelfde algoritme jurken kon samenstellen. Nu werk ik aan een nieuwe collectie waarbij ik een tool bouw waarmee mensen online op een lichaam kunnen schilderen. Die digitale schilderijen worden dan vertaald naar fysieke stukken. Dat is de kern van mijn aanpak nu: die twee werelden echt verbinden.

Er is nog steeds veel weerstand tegenover technologie, digitalisering en AI binnen de creatieve sector. Ik denk dat we enorm onderschatten hoeveel het al in ons leven verweven is. En er zijn ook heel veel mensen die gewoon overwhelmed zijn.

FM: De weerstand is voor een groot deel ook onbekendheid. Als je er een beetje mee experimenteert, is het eigenlijk niet zo moeilijk. Dat is precies wat ik studenten wil meegeven: niet dat ze expert moeten worden, maar dat ze er een bewuste creatieve houding ontwikkelen. Met technologie ben je altijd een leerling; dat geldt ook voor mij.

DR: En we mogen AI niet uit de weg gaan. Dan is het beter om goede designers op te leiden die daar hun eigen stem en auteurschap aan kunnen geven, dan het te negeren.

Jullie benadrukken tot mijn vreugde het inclusieve karakter van de opleiding. Wat betekent dat concreet?

DR: Portfolio en motivatie tellen, niet het diploma. Een bachelor is dus niet essentieel om toegelaten te worden. We werken samen met partners in Zuid-Afrika. Het inschrijvingsgeld is bewust laag gehouden voor niet-Europese studenten. En we geloven niet in de klassieke top-downstructuur waarbij de docent de alwetende profeet is. Wij willen een gemeenschap zijn waar studenten en docenten van elkaar leren.

FM: Ik geef studenten een voorsmaakje van verschillende technologieรซn, laat hen ermee spelen, zodat ze kunnen ontdekken wat bij hen past. En het interne netwerk van de school en daarbuiten wordt minstens even belangrijk: dat ze elkaar leren kennen en in contact komen met internationale profielen binnen de industrie. Dat is wat voor mij ook het verschil heeft gemaakt.

Wat willen jullie dat het postgraduaat op langere termijn verwezenlijkt?

DR: Dat we evolueren naar een transparantere, inclusievere en duurzamere modesector, en dat onze studenten daar een concrete bijdrage aan leveren. We willen hen van bij het begin het gevoel geven dat ze zelf veel kunnen bepalen. Dat ze geen speelbal zijn van tech of van de industrie.

FM: Dat mensen technologische en digitale tools echt beheersen. Niet afhankelijk zijn, maar bewust kiezen: wil ik dit gebruiken of niet? En dat die keuze vanuit hun eigen creativiteit komt. En dat de verbinding met het ambacht, met het fysieke maken, niet verloren gaat. Want net de combinatie ervan zorgt voor de grote meerwaarde.

Meer info: pxl-mad.be
Toelatingsproeven op 27 augustus en 10 september 2026.