My Story: Onenightstand met de boy uit de band

Geüpdatet op 16 Juli 2018 door Pixie Caraat en ELLE België
My Story: Onenightstand met de boy uit de band

Vakantieliefde voor één nacht

“En wat doe jij?”, vraag ik, terwijl ik nonchalant met een rietje door mijn vodka-tonic roer.
“Ik zit in een boyband”, antwoordt hij. Het is het begin van een sprookje voor een nacht.
En de enige échte onenightstand van mijn leven.

‘You’ve got style, you got swag”, zegt de rapper en hij lacht een aantal gouden tanden bloot. Even overweeg ik om mijn nieuwbakken swag met een coole handshake in de praktijk om te zetten. Omdat ik net op tijd inschat dat zulk handgeklap enkel tot een onnoemelijke gênante situatie kan leiden, hou ik het wijselijk bij “thank you”. Er volgt – op zijn initiatief – nog een Amerikaanse hug met twee amicale klopjes op mijn rug. In de hoek van de hotelsuite haalt de springerige manager opgelucht adem. Het interview is zonder kleerscheuren verlopen, ook al had de rapper aanvankelijk weinig zin om met een grietje van een modeblad te praten. Dankzij een opmerking over zijn potsierlijke, met diamanten bezette riem kwam het gesprek alsnog op gang, gaf hij hier en daar meer prijs dan hij van plan was en maakte ik hem zelfs meerdere keren aan het lachen. Opdracht geslaagd.

“See you tonight at the show”, roept de rapper me na, terwijl zijn nerveuze belangenverdediger me al kordaat richting lift manoeuvreert. Nog voor ik kan antwoorden dat hij mijn roze paardenstaart zeker op de eerste rij zal spotten, schuiven de deuren van de lift dicht. Juist ja, de show, daar moet ik ‘s avonds mijn gezicht nog laten zien. En dat terwijl ik in mijn hotel een kingsize bed, roomservice en een uitgebreide filmcatalogus ter beschikking heb. Terwijl ik een interview zou moeten uittypen ... Had het hotel trouwens geen rooftop pool?
“Taxi, miss?” vraagt de portier, terwijl hij de deur van een zwarte wagen openhoudt. “Sure,” antwoord ik, terwijl ik de Visa-kaart van mijn bazin uit mijn tasje haal. Als zij me last minute naar Zweden stuurt om er een van ’s werelds beroemdste rappers te interviewen, kan er vast wel een taxiritje af. Onverwachte kosten, daar dient die kaart toch voor?

“Welkom in Zweden”, zegt de chauffeur, terwijl hij me in zijn zwarte wagen met geblindeerde ruiten door het centrum van Göteborg rijdt. Vanavond geeft de rapper hier een openluchtconcert. Nadien volgt een exclusieve afterparty in een van de hotste clubs van de stad. “Je hebt de perfecte dag gekozen om de stad te bezoeken”, vertelt de chauffeur. “Het is midzomernacht en het hele land viert feest. Het is dat de zon hier vannacht niet ondergaat, anders zou iedereen dansen tot zonsopgang!” Onze blikken ontmoeten elkaar in de achteruitkijkspiegel en ik steek gespeeld enthousiast een duim omhoog. “Can’t wait!”

Wanneer ik eindelijk op mijn hotelkamer arriveer, trap ik mijn hoge hakken uit en zwier mijn T-shirt en strakke jeans op de vloer. Ik laat het bad vollopen en check mijn telefoon. Een gemiste oproep van mijn moeder, een Snap van mijn jongere zus met een vreemd katje, twee berichtjes van Alicia, het meisje van de platenmaatschappij dat me straks meeneemt naar wat ‘hét feestje van het jaar’ moet worden ... en een bericht van B. Ik slik. B. kreeg het een paar maanden geleden plots moeilijk met zichzelf, gaf me toen zonder gêne de ’het ligt niet aan jou, het ligt aan mij’-speech , en verdween vervolgens met de noorderzon ‘om aan zichzelf te werken’. Sindsdien probeer ik hem naar de achterkamers van mijn hoofd en hart te verbannen, maar soms komt hij daaruit tevoorschijn en schiet dan als een pijnscheut door mijn lijf. Blijkbaar is B. nu klaar met werken aan zichzelf: hij heeft een therapeutisch aardewerkje gemaakt en vraagt zich af hoe het met mij gaat. “Sorry B., nu is het tijd om aan mezelf te werken,” zeg ik tegen mijn spiegelbeeld, terwijl ik rode lippenstift aanbreng. Ik verwijder zijn bericht en bel Alicia. “Heeeey”, schreeuwt ze over de pompende beats heen. “Waar blijf je, het feest gaat hier zo meteen beginnen. Er is een open bar. De drank is gratis! Voor niets!” Ik lach: “Oké, zet al maar een glas klaar, ik kom eraan.”

1/

Zo chill als de rapper eerder die dag op de bank hing, zo energiek bestormt hij nu het podium. Alicia en ik dansen op de eerste rij tot onze haren tegen onze bezwete gezichten plakken. Mijn eyeliner smelt als bij een rockster en mijn strakke jurkje geeft nog iets meer been prijs dan voorheen. Mijn swag blijkt gelukkig nog on point want de rapper geeft me een high five die ik, overmoedig door een paar shots, vol overgave beantwoord. “After the party is the after party!”, joelt Alicia en ze hangt me plechtig een vippasje om de nek. Ze grijpt me bij de hand en loodst me door de massa naar buiten, waar al een vipbusje staat de wachten. We arriveren rond middernacht bij de club, maar de zon hangt nog laag boven de horizon. “Kom, we gaan dansen!”, beveelt Alicia en ik volg haar naar de vipingang waar de streng uitziende buitenwipper het rode fluwelen koord meteen van het poortje haakt. In de club is het snikheet en het barst er van de mooie mensen. Alicia raakt meteen aan de praat met een paar collega’s en verdwijnt in de mensenmassa, die op de beats op en neer deint. Mijn hoofd tolt, dat laatste shot tequila kwam blijkbaar harder aan dan verwacht. Ik wandel tussen ontelbare meisjes met bloemenkronen op hun mooie blonde hoofd naar een van de terrassen. Ik plof in een zetel terwijl in de verte de zon nog steeds niet aan ondergaan denkt.

“Heb je een vuurtje?”, vraagt de jongen die ongevraagd naast me komt zitten. “Sorry, ik rook niet”, antwoord ik terwijl ik de andere kant op kijk. “Ben je hier alleen?”, probeert hij nog eens. “Yup, en dat bevalt me prima”, zeg ik in een poging hem af te wimpelen. “Wil je misschien iets drinken?” Ik haal mijn telefoon uit mijn tasje en begin aan een bericht naar Alicia. “Creep alert! Kom asap naar buiten!” Net op het moment dat ik de kerel vriendelijk maar kordaat wil duidelijk maken dat een praatje er echt niet inzit, duikt een knappe, donkere jongen op naast ons. “Hier zit je, man, we hebben je overal gezocht!” Hij kijkt me glimlachend aan en zegt: “Sorry voor Nils hier, hij kan nogal opdringerig zijn.” Ik haal mijn schouders op. “Geeft niets, ik kan het wel aan.” “Dat dacht ik wel”, zegt de jongen, terwijl hij van zijn flesje bier drinkt. Volle lippen, mooie handen, gespierde armen, een huidskleur die exotische roots doet vermoeden en een ondeugende blik die weinig goeds voorspelt. De adrenaline giert door mijn lijf en plots lijkt alle vermoeidheid verdwenen. Hij zegt iets in het Zweeds tegen z’n vrienden, ik kan er weinig uit opmaken en vang enkel het woordje ‘dibs’ op. Hij vraagt me of ik wat wil drinken en hoewel ik een paar minuten voordien nog een drankje afwees, laat ik hem met plezier een vodka-tonic halen. “Schol”, zegt hij en onze glazen klinken tegen elkaar. “Zeg eens, wat doe jij hier zo alleen?” “Ik ben hier voor het werk”, antwoord ik. “Ik werk bij een modeblad. En wat doe jij?”, vraag ik terwijl ik nonchalant met mijn rietje door mijn vodka-tonic roer. “Ik zit in een boyband”, antwoordt hij. Wat voor veel mensen een absolute afknapper zou zijn, klinkt voor mij als het scenario van een door Katy Perry bezongen tienerdroom. Je moet weten dat mijn prille liefdesleven uit het adoreren van een welbepaalde boyband bestond. Bovendien zijn Zweden niet te evenaren als het aankomt op popmuziek componeren. Dat zijn gewoon de feiten. Een voor een wijst hij de andere bandleden aan die verspreid staan over het terras. Niet zonder trots vertelt hij dat ze een maand geleden een clipje in Londen hebben opgenomen. In de groep valt hij - naar eigen zeggen - op door de rapstukjes en z’n dansmoves. Hij is ook duidelijk ‘de knappe’ van de groep, want dat zijn de wetten van de boyband: voor elk type meisje een jongen. Zijn afgetrainde lichaam en vlotte praatjes zetten me even op een dwaalspoor, maar dan valt me toch op hoe jong hij is. Een pak jonger dan ik. Net als ik wil zeggen dat ik mijn vriendin maar eens ga zoeken, neemt hij me bij de hand en trekt me mee naar binnen, de dansvloer op. Zijn handen glijden over mijn rug en ik voel hoe hij me kordaat tegen zich aantrekt.

2/

Tegenstribbelen heeft geen zin, hij weet wat hij wil en ik kan het niet ontkennen: ik wil het ook. “Ik heb een hotelkamer”, fluister ik in zijn oor. “Let’s get out of here”, antwoordt hij, voor hij me dicht tegen zich aantrekt en vol op de mond kust. Het voelt alsof er een confettibom in mijn maag ontploft. Nu neem ik de leiding en zonder afscheid te nemen, verlaten we de club en wandelen we door de schemering terug naar het hotel. Mijn telefoon trilt. “Nog wakker? xx B”. Ik zet mijn telefoon uit en richt mijn aandacht voor de volle 100 procent op de jonge Braziliaanse god. “Ik weet niet eens je naam”, zeg ik, terwijl ik de keycard in de deur van de kamer schuif. “Oliver Andersson, aangenaam.” Daar is dat lachje weer. Er is geen ontkomen aan. Hij wil mij en ik wil hem. Mijn T-shirt en jeans liggen nog steeds op de plaats waar ik ze eerder die dag gooide, maar het kan me niets schelen. Hij ritst mijn jurk open, de stof glijdt over mijn heupen op de grond en belandt bij de rest. Mijn hakken hou ik aan. Hij trekt zijn T-shirt met één hand over zijn hoofd, zoals alleen mannen dat kunnen. Mijn ogen glijden over een lichaam dat door Michelangelo zelve lijkt gebeeldhouwd. Onze monden vinden elkaar en terwijl Oliver me kust, knijpt hij met één hand in mijn bil, met de andere maakt hij in één poging mijn beha los. Ik dwaal met mijn vingers over zijn gespierde borst en gesp zijn broek los. Hij duwt me op het bed, weerwerk bieden is onmogelijk. Hij weet wat hij doet en is niet bang om op zijn doel af te gaan. We verdwijnen rollend, bijtend en grijpend tussen de plooien van de koele lakens en ik sta versteld over zijn zelfvertrouwen en ervaring. Hoe oud zou hij zijn - 20, 21 misschien? Zijn donkere ogen haken in de mijne, wegkijken is geen optie. Ik bijt op mijn lip om een kreun te onderdrukken. Hij graait zijn jeans van de grond en haalt een condoom uit de achterzak. Met zijn tanden scheurt hij de verpakking open. Opnieuw ben ik onder de indruk van zijn behendigheid en van het stukje lichaam dat ik nog niet eerder in het vizier kreeg. Hij leidt deze dans en ik volg graag. Hij drijft het tempo op, mijn hoofd tolt, al mijn zintuigen staan op scherp en het duurt niet lang voor hij met een paar krachtige stoten tot een hoogtepunt komt. “Dibs”, zegt hij voor de tweede keer die avond, wanneer hij wat verdwaalde lokken haar uit mijn gezicht wrijft. Ik kijk hem weinig begrijpend aan. “I called dibs on you. Zo wisten mijn maten meteen dat ze het niet in hun hoofd moesten halen om met jou aan te pappen. Ik wilde jou.” Zijn zelfvertrouwen is even aantrekkelijk als aandoenlijk. De vermoeidheid slaat toe en we vallen allebei in slaap, terwijl de zon die nooit echt onderging alweer opkomt.

Een paar uur later word ik wakker door het gerinkel van een telefoon. Slaapdronken neemt hij op. Aan de andere kant de paniekerige stem van een vrouw. Zijn mama, begrijp ik snel. Uitzinnig van bezorgdheid omdat hij die nacht niet thuis is gekomen. “Shit”, denk ik. “Hij moet écht wel jong zijn.” Hij drukt zijn telefoon uit en kijkt me aan. “Goedemorgen”, zegt hij verrassend fris. “Ik euh - moet ervandoor. Mijn vrienden hebben in de auto op de parking van de club gelogeerd.” Maar eerst nemen we deftig afscheid. Jeugdig enthousiasme valt niet te onderschatten. Terwijl de kater stevig huishoudt in mijn hoofd, voel ik een gelijkaardige hevigheid tegen mijn been. Hoe stomend het er eerder die nacht aan toeging, zo lief gebeurt het nu. Nog voor ik goed en wel wakker ben, hoor ik de deur achter hem in het slot vallen. “Tack, Mr Dibs”, zeg ik zachtjes, voor ik weer in slaap dommel.

Op het vliegtuig naar huis zit ik met een stevige kater en een evenredig brede glimlach. En met vlinders in de buik. Was dit nu een echte onenightstand? Mijn allereerste? Met een boybander, bovendien? Dit is alles waarvan ik droomde als veertienjarige bakvis met een twijfelachtige muzieksmaak en een fictief liefdesleven.

Vandaag, een paar jaar later, ben ik een stuk minder vatbaar voor de charmes van jonge boybanders. Ook de liefde voor één nacht heeft zijn aantrekkelijkheid verloren. Toch scrol ik in deze tijden van standvastigheid en bekend bedlinnen af en toe wel eens naar zijn profiel. En dan denk ik: dat heb ik toch goed gedaan.

Uit: het julinummer van ELLE België