Het Belgische label Façon Jacmin blaast dit jaar tien kaarsjes uit. Oprichters en tweelingzussen Ségolène en Alexandra Jacmin blikken terug op het prille begin, toen ze met een bestelbusje dat dienst deed als rijdende boetiek hun kledij aan de man brachten, tot hun tienjarig jubileum, bekroond met een deelname aan de allereerste editie van het Antwerp Fashion Festival.

Alexandra studeerde mode aan La Cambre en werkte voor Maison Martin Margiela en Jean-Paul Gaultier in Parijs, Ségolène studeerde burgerlijk ingenieur: de zussen Jacmin vormen een onwaarschijnlijk duo op papier. Toch bouwden ze samen een succesvol kledingmerk uit dat vanaf de start in de prijzen viel. Façon Jacmin maakte aanvankelijk naam met sterke denimstuks, maar het label kende de voorbije jaren een enorme evolutie. Meer vrouwelijke silhouetten en nieuwe materialen deden hun intrede. De zussen kunnen vandaag rekenen op een internationale fanbase – en de ambitie om verder te groeien is er zeker niet minder op geworden.

Jullie nemen deel aan het allereerste Antwerp Fashion Festival. Wat gaan jullie er concreet brengen?

Ségolène: “We willen niet alles verklappen want het moet een verrassing blijven. We kunnen wél zeggen dat het geen klassiek defilé wordt maar een presentatie met performance art in samenwerking met een Antwerpse kunstenares. Deze zal plaatsvinden op vrijdag 5 juni om 12u.”

Jullie vieren dit jaar tien jaar Façon Jacmin. Als je terugkijkt naar het begin – de bestelwagen waarmee jullie het land doorkruisten – wat roept dat op?

S: “Pure nostalgie. We wilden niet zomaar een boetiek openen zonder te weten wie onze klanten waren en wat een goede plek zou zijn. Een deur openen kan bovendien een drempel zijn. We wilden van bij het begin een creatief label zijn, maar tegelijk met een toegankelijke, no-nonsense kant. Die waarden moesten ook terugkomen in de manier waarop we verkopen en presenteren. Zo is het idee van de mobiele boetiek ontstaan – en die bleek een groot succes. Klanten waren enthousiast, verrast en het heeft ons enkele mooie ontmoetingen opgeleverd, onder andere met de eigenares van ons huidige winkelpand. We stonden om de twee zondagen in Brussel en om de twee zaterdagen in Antwerpen, van tien tot zes – of zeven als er veel volk op afkwam – en we serveerden altijd een glaasje prosecco.”

Hoe is jullie samenwerking als zussen geëvolueerd doorheen die tien jaar?

Alexandra: “Die is veel veranderd. Ségolène heeft ondertussen drie kinderen gekregen, dus haar dagen zien er heel anders uit.”
S: “In het begin was ik heel commercieel ingesteld. Ik dacht aan wat er goed verkocht en gaf mijn zus daardoor misschien te weinig ruimte voor meer creatieve, experimentele stukken. Op een gegeven moment heb ik ingezien dat je als merk niet alleen commerciële stukken nodig hebt maar je ook moet onderscheiden met creativiteit. Dat besef heeft veel veranderd.”
A: “We hebben ons ook een tijdje laten coachen en dat heeft echt geholpen. We communiceren gewoon anders: ik zeg iets en Ségolène interpreteert het op een andere manier. Onze coach heeft ons geleerd om meer te luisteren en de ander ruimte te geven.”
S: “Onze samenwerking is nu evenwichtiger: soms houd ik voet bij stuk, soms laat ik het los. Het is een voortdurend zoeken naar balans tussen het creatieve en het commerciële, en soms zitten we er naast. Maar over het algemeen zijn we de voorbije jaren veel beter op één lijn geraakt.”

Hoe zouden jullie het DNA van Façon Jacmin vandaag omschrijven?

A: “Er zit veel deconstructie in. We spelen met de codes van een kledingstuk: trompe-l’œil, illusie. Onze stijl is speels. We spelen met materialen en kleuren, maar de basis blijft een praktische garderobe voor elke dag, met iets extra’s. Comfort staat steeds voorop. We mixen tailoring met meer industriële stoffen, en naast denim gebruiken we nu ook jersey, poplin, meer vloeiende stoffen voor jurken.”
S: “Denim was vroeger allesbepalend, maar op een gegeven moment dreigde het andere materialen in de schaduw te stellen. Nu is het een van de vele ingrediënten. Onze collecties tellen vandaag meer gewaagde, beeldbepalende stukken, maar ook toegankelijkere basistukken. Die mix is kenmerkend voor ons.”

Met welke materialen werken jullie vandaag voornamelijk?

S: “Sinds de pandemie zijn we overgeschakeld van Japans naar Italiaans denim. Het transport vanuit Japan was lang en de Italiaanse kwaliteit is ook uitstekend.”
A: “We werken met een fabrikant die pioniert op vlak van duurzame denim: minder waterverbruik bij het wassen en verven, organische en regeneratieve opties.”
S: Daarnaast bieden we ook geüpcyclede stukken aan, waarbij we vertrekken van tweedehandskledij. We begonnen hiermee voor onze eigen boetiek in Antwerpen, maar het maakt nu een vast onderdeel uit van onze collecties.”

Wie zouden jullie heel graag in een Façon Jacmin-stuk zien?

S: “Mijn antwoord is altijd hetzelfde: Rosalia. Ik ben dol op haar: haar lef, haar dromerigheid, haar talent. Ze past perfect bij het merk.”
A: “Voor mij is het Solange Knowles. Wat zij artistiek doet, spreekt me enorm aan.”
S: “Maar eigenlijk… als ik iemand in onze kledij zie op straat, in Antwerpen of in New York, dan is dat al het allermooiste. Mensen die zeggen dat ze altijd complimenten krijgen als ze onze stukken dragen, dáár doen we het voor.”

Waar zien jullie Façon Jacmin over nog eens tien jaar?

S: “We willen van zestig naar honderdvijftig verkooppunten groeien en nog meer internationale naamsbekendheid vergaren. En misschien een extra ruimte, een pop-up of zoiets.”
A: “De kwaliteit waar we voor staan, vraagt een bepaalde prijs, dat is de realiteit van eerlijke productie. Maar we willen ook jongere mensen kunnen bereiken die dat budget niet hebben. Daarom denken we aan capsulecollecties buiten de klassieke seizoenen, met upcycling en deadstock: pièces uniques of gelimiteerde reeksen, die ook goedkoper kunnen zijn.”
S: “We zijn er al concreet mee bezig, dus stay tuned.”