Rinus Van de Velde behoort vandaag tot de selecte groep Belgische kunstenaars die een blijvende internationale positie heeft uitgebouwd. Met zijn monumentale tekeningen, films, installaties en sculpturen creëert hij een onmiddellijk herkenbaar universum waarin fictie, autobiografie en (kunst)historische highlight/gaslight reels voortdurend in elkaar overlopen. Hij werkt zo goed als non-stop in zijn ateliers en ondertussen reist zijn werk de wereld rond, van musea en galeries in Europa en Azië tot nu heel recent Marfa, het Texaanse woestijndorp en een van de meest mythische bestemmingen binnen de hedendaagse kunst.

Het is de tweede keer dat Rinus Van de Velde en ik elkaar ontmoeten. De eerste keer was in mijn loft waar we een fantastisch podcastgesprek hadden, dit keer ben ik uitgenodigd in één van zijn ateliers.

Wat betekende succes voor jou vroeger versus nu?

Vroeger was dat voor mij heel concreet. Het publiceren van een boek, bijvoorbeeld. Als er ooit een monografie over je werk verschijnt, dán ben je een echte kunstenaar. Maar dan wil je een tweede boek. En een galerij. En een galerij in het buitenland. En een museumshow met verschillende zalen. Maar je merkt altijd dat het moment waarop het dan eigenlijk gebeurt, minder fijn is dan de droom die eraan voorafging. Weet je nog mijn tentoonstelling in Bozar? Jaren voor ze me vroegen had ik mijn werk al gephotoshopt in beelden van die zalen. En dan uiteindelijk is het moment daar, en voor de opening mag je dan even alleen rondlopen. Ik dacht: oké, het is gelukt. En een minuut later was dat gevoel alweer weg. Eigenlijk ben ik het gelukkigst wanneer ik iets aan het voorbereiden ben. Als de vraag komt: “Wat wil je doen?”

Icone citation

Ik wil niet gereduceerd worden tot één ding.

Rinus Van de Velde. Everything that remains will be unintended sculptures., 2025. Oil pastel on paper.© Rinus Van de Velde, courtesy the artist and Galerie Max Hetzler Berlin | Paris | London | Marfa

Rinus Van de Velde. Everything that remains will be unintended sculptures., 2025. Oil pastel on paper. © Rinus Van de Velde, courtesy the artist and Galerie Max Hetzler Berlin | Paris | London | Marfa

Proficiat met je nieuwe tentoonstelling in Marfa. Toen ik vernam dat je niet op de opening zou zijn, schrok ik niet, maar ik moest wel denken: misschien is Marfa wel de meest Rinus Van de Velde-plek ooit. Het is eind 19de eeuw begonnen als een treinstop met een postcodepaal middenin de woestijn.

En dan is Donald Judd er geland.

Ja, rond 1970. En hij heeft er dan allemaal gebouwen opgekocht om er ateliers en galerijen van te maken.

Dat beeld van die treinstop alleen al vind ik ongelooflijk. Voor mij is Marfa altijd een mythische plek geweest. Toen Max Hetzler mij vroeg om daar een tentoonstelling te maken, was ik meteen enthousiast. Het voelde als een eer. Niet alleen omdat het een mooie galerij is, maar ook omdat die plek zo’n geschiedenis heeft. Galerie Max Hetzler wordt geleid door een familie, papa Max doet Berlijn, zoon Max Londen en mama Samia Saouma leidt die van Parijs. In elk van die spaces had ik tentoongesteld en na de opening in Berlijn vroeg papa Max of ik interesse had in Marfa waar ze samenwerken met Christopher Wool. Ik stapte buiten en dacht: “Yes. Ik mag er iets doen.” Ik voelde het potentieel en kon nog alle richtingen uit. Maar ondertussen begon ik me ook af te vragen: moet ik er dan eigenlijk wel naartoe? Misschien moet die plek gewoon mythisch blijven. Als jij daarnet vertelt over hoe het begonnen is, dan zie ik dat meteen voor me. Dat beeld bestaat nu al in mijn hoofd. En ik heb vaak het gevoel dat een plek die je je verbeeldt minstens even waardevol kan zijn als een plek die je daadwerkelijk bezoekt. Ik kreeg foto’s van de opbouw van de tentoonstelling. Dan zie je door die ramen ineens dat woestijnlandschap en die ondergaande zon. En dan begint je hoofd weer te werken. Die plek wordt alleen maar mythischer. Ik denk dat we soms onderschatten hoe belangrijk onze verbeelding is. Alsof alleen wat je effectief beleeft echt telt.

We denken vandaag soms dat we alles zelf moeten ervaren en overal geweest moeten zijn. Ik zat onlangs op een jacht op de Egeïsche Zee en later stuurde iemand uit het gezelschap me een foto van mezelf waarop het voor mij duidelijk was – met alle respect – dat ik het na vijf minuten al gezien had. Uiteraard was dat niet zo, maar ik weet dat ik in mijn hoofd eigenlijk opnieuw aan het werk wilde. Of thuis wilde zijn… om daar verder te dromen van verre reizen. Zo erg.

Ik ken dat gevoel. Mijn vader heeft ons gezin ooit meegenomen naar de Grand Canyon. Een wagen gehuurd en er naartoe. Toen we daar aankwamen, ben ik gewoon in de auto blijven zitten. Ik vroeg hem of dat oké was en hij had er geen probleem mee. Pas jaren later heb ik de Grand Canyon beter leren kennen via de schilderijen van David Hockney die een manier had gevonden om die gigantische natuur zichtbaar te maken op een tweedimensionaal vlak. Ik weet zeker dat als ik daar als puber aan die rand had gestaan, dat nooit zo was binnengekomen.

Installation view of Rinus Van de Velde, The Dinner, 2026, courtesy of the artist and Galerie Max Hetzler, Berlin | Paris | London | Marfa, photo: Alex Mark

Installation view of Rinus Van de Velde, The Dinner, 2026, courtesy of the artist and Galerie Max Hetzler, Berlin | Paris | London | Marfa, photo: Alex Mark

Je nieuwe tentoonstelling draait grotendeels rond een fictief diner.

Dat begon eigenlijk heel eenvoudig. Op onze leeftijd ontmoeten mensen elkaar vaak aan tafel. Je spreekt af om te eten, je gaat iets drinken. Ook in de kunstwereld gebeurt er veel rond diners. Je hebt een opening en daarna ga je samen eten. Ideeën worden daar uitgewisseld.

Ik begon me af te vragen: wat als ik dat gebruik? Wie komt er opdagen? Wie wil eigenlijk niet komen en zegt op het laatste moment af? Wat gebeurt er tijdens die gesprekken? En wat komt eruit voort? Het werd ineens een soort narratief framework waar ik heel veel beelden in kwijt kon. Mijn alter ego is zogezegd de host. Albert Oehlen vraag ik als DJ, dus dan zie je Oehlen daarmee bezig. Monet moet voor de bloemstukken zorgen. Zo heb ik meteen een reden om bloemen te tekenen. Want anders teken je gewoon bloemen, en dat wil ik niet. Voor mij moet het een betekenis hebben. Het moet Monet zijn die ze in Giverny geplukt heeft en meebrengt.

Bas Jan Ader is een heel belangrijke kunstenaar voor mij. Tijdens zijn laatste werk vertrok hij met een bootje en niemand heeft hem ooit nog gezien. In mijn werk wordt dat dan Bas Jan Ader die zegt dat hij er gaat zijn, maar niemand weet of hij ooit zal aankomen. Dat is een hele lijn in dat werk: ik ga eigenlijk op zoek naar Bas Jan Ader.

En met al die gasten voer je dan fictieve gesprekken.

Ja, en dat vind ik net het fascinerende. Ik kan een gesprek hebben met Monet, wat natuurlijk nooit zou kunnen. Maar ook met Albert Oehlen, die nog leeft, maar die ik niet persoonlijk ken. Die gesprekken zouden dan ook gaan over de meest banale dingen. Zouden we ruziemaken? Zou er aantrekking tussen zitten? Ik heb vroeger veel tekeningen gemaakt waarin ik zogezegd samenwoon met Monet, en waarin we ’s avonds, als we klaar zijn met werken, discussiëren over wat we op tv gaan kijken. Zou hij naar Temptation Island willen kijken? Of liever een documentaire? Het idee dat Oehlen, Monet en ik samen aan tafel kunnen zitten, en dat ik me dat kan inbeelden, vind ik ongelooflijk. Dat is een soort kracht: dat ik hier in mijn zetel kan zitten en me dat helemaal voor de geest kan halen.

In Marfa toon je niet alleen tekeningen.

Klopt. In België ben ik lang weggezet als “die houtskoolkunstenaar”. Dat stoort me soms, want je zegt toch ook niet “olieverfkunstenaar”. Ik ben ondertussen geëvolueerd naar iemand die in heel verschillende media werkt. Dus voor de eerste keer dat ik op grote schaal in Amerika iets toon, vond ik het belangrijk om dat allemaal samen te brengen: oliepastels, tekeningen, kartonnen sculpturen, en in een apart bijgebouw ook twee films. Ik wil niet gereduceerd worden tot één ding.

Je bent ook al aan een nieuwe film bezig. Heeft die iets te maken met de kleine houten Rinus die me hier zit aan te staren?

Voor mijn vorige films gold één regel: ik film nooit buiten, alles moet in dat parallelle universum bestaan. Dus moesten we alles bouwen. Voor een treinscène van tien seconden waren we letterlijk een half jaar bezig met die trein. Op een bepaald moment dacht ik: ik moet de schaal verkleinen. En zo kwam ik bij poppen uit. Ik vond online een paar oudere dames in Praag die marionetten maken. Daar is dat blijkbaar een echte traditie. Ik stuurde foto’s van mezelf op, en een maand later kwam er een pakketje met een marionet van mij. Het mondje beweegt, de oogjes bewegen. Toen dacht ik: als ik mezelf kan laten maken, kan ik net zo goed al die kunstenaars laten maken met wie ik die fictieve gesprekken voer.

Dus nu komt er elke maand een pakket uit Praag aan.

Ja. (lacht) Dat duurt nu al bijna twee jaar. Dan mail ik: nu Munch, of Rose Wylie, of Jean-Michel Basquiat, of Agnes Martin. En zij beginnen dat op te zoeken. Vaak kennen ze die kunstenaars helemaal niet, en dan krijg ik een bericht terug: “Oh, she’s a fantastic artist, we researched her work.” Zo wordt het een hele collectie van de twintigste-eeuwse kunstgeschiedenis, in poppenkastvorm. Ken je Thunderbirds?

Ik ben opgegroeid met een grote broer, dus het antwoord is ja.

De film zelf wordt een soort Thunderbirds-achtige hervertelling: twee kampen kunstenaars die in conflict komen en uiteindelijk leidt het tot een synthese. We maken de film op ons eigen tempo, zonder deadline. Ik wil ook helemaal niet als een professionele poppenspeler met die marionetten kunnen omgaan en met die touwtjes loopt dus constant van alles mis. Maar het is dat ietwat knullige dat het ook cool maakt. En weer is er dat parallelle: ik reis niet naar Praag om instructies te geven of op te volgen, en toch gebeurt het.

Installation view of Rinus Van de Velde, The Dinner, 2026, courtesy of the artist and Galerie Max Hetzler, Berlin | Paris | London | Marfa, photo: Alex Mark

Installation view of Rinus Van de Velde, The Dinner, 2026, courtesy of the artist and Galerie Max Hetzler, Berlin | Paris | London | Marfa, photo: Alex Mark

Je kreeg na de opening van je show in Marfa ook een sms terwijl je hier in je zetel zat.

(lacht) Ja, dat was geweldig. Ik zat gewoon thuis in de zetel naar een documentaire te kijken samen met mijn vriendin en ik krijg een bericht van papa Max: “We had such a fantastic evening. Thank you for the show.” Dat vind ik ongelooflijk. Dat die twee werkelijkheden tegelijk kunnen bestaan. In mijn hoofd ben ik daar ook. Ik denk aan wat er gebeurt. Ik stel me die gesprekken voor. Maar fysiek zit ik in mijn living. En eigenlijk is dat perfect.

‘Rinus Van de Velde, The Dinner’ is nog tot en met 6 december 2026 te zien bij Galerie Max Hetzler in Marfa, Texas.
Adres: 1976 Antelope Hills Road, Marfa.