Carla Sozzani is uitgever, galerist, editor, oprichter van de eerste concept store ter wereld en president van zowel de Fondazione Sozzani in Milaan als de Fondation Azzedine Alaïa in Parijs. Naast een carrière die de moderne modegeschiedenis mee heeft bepaald en verspreid – waaronder als hoofdredacteur van de speciale edities van Vogue Italia zoals Couture en fan-favourite Pelle (leder, nvdr.), als oprichtster van ELLE Italia en als founding force achter 10 Corso Como in Milaan – is ze bovenal de vrouw die veertig jaar lang naast Azzedine Alaïa stond.
Als vriendin, als zakenpartner, en na zijn dood als bewaker van zijn legacy. Alaïa noemde haar zelfs “de meest interessante vrouw van Italië”. Nu co-dirigeerde ze het monumentale boek ‘Azzedine Alaïa and Christian Dior. Two Masters of Haute Couture’, verschenen bij de gelijknamige tentoonstelling in Parijs. Een gesprek over virtuositeit, vriendschap, vrijheid en het blootleggen van het verleden als mooiste cadeau voor nieuwe generaties.
De titel van het boek en de tentoonstelling zet Azzedine Alaïa en Christian Dior op gelijke hoogte: twee meesters. Niet meester en leerling.
“Dat was heel bewust. Er zit een leeftijdsverschil van dertig jaar tussen hen, dat is een hele generatie. Azzedine trok in 1956 naar Parijs nadat hij als kind jarenlang vanuit Tunesië modebladen had bestudeerd. Christian Dior was op dat moment de grootste couturier ter wereld, samen met Balenciaga. Azzedine was gefascineerd door de revolutie die Dior binnen de mode had ontketend.
Die collectie van ‘47 was een echte breuk met de maatschappij en met alles wat daarvoor bestond. En via een klant voor wie hij herstellingen deed, kreeg hij een stage aangeboden op de Avenue Montaigne. Kan je je dat voorstellen? Een jongeman uit Tunesië, in het Dior-atelier, in die tijd? Hij is maar vier dagen gebleven, maar het heeft hem voor altijd gevormd.
Het heeft hem doen begrijpen hoe hij de rest van zijn leven wilde werken: op zoek naar perfectie, altijd op zoek naar beter, altijd werkend met zijn eigen handen. En hij is dan zelf ook een meester geworden. Azzedine zei altijd: ik ben geen designer, ik ben een couturier. Dat onderscheid was essentieel voor hem: het vakmanschap, de precisie, de volledige toewijding aan het métier.”
Azzedine Alaïa and Christian Dior, Two Masters of Haute Couture
Hij was self-taught, maar werd meester door hard te werken.
“Ongelooflijk hard, zijn hele leven. Hij stond elke ochtend op en zei: “Ik ben benieuwd wat ik vandaag alweer ga leren!” Tussen 1956, toen hij in Parijs aankwam, en 1982, toen hij zijn eerste grote succes kende in New York, zit vijfentwintig jaar, een kwart eeuw. Al die tijd was hij aan het studeren, studeren, studeren. Dag na dag, uur na uur.
En al die jaren had hij heel weinig geld. Maar hij maakte kleren voor actrices als Greta Garbo en Arletty, voor de familie Rothschild, voor Louise de Vilmorin. Buitengewone, maar échte vrouwen. En zelfs toen hij in de jaren tachtig wereldberoemd werd, stopte hij nooit met zelf patronen te maken.
Hij nam ‘s avonds pauze en ging uit eten, maar keerde terug om te werken op het lichaam van het model. Hij maakte enkel tekeningen als eerste referentie, maar daarna creëerde hij echt op het lichaam. Dat maakt zijn werk zo anders.”
Het privé archief van Azzedine is legendarisch en bestaat uit zo’n 150.000 couture items. Hij heeft tijdens zijn leven bijna 600 Dior-stuks verzameld. En hij had ook 500 Balenciaga-exemplaren.
“Hij wilde de geheimen van de couture begrijpen. En hij wilde ze beschermen. Hij kocht al heel vroeg Balenciaga stukken op. Bijna voor niets, want niemand zag de waarde ervan toen. Hij bood tijdens veilingen op tegen musea. En alles wat hij kocht, bewaarde hij met dezelfde obsessie als waarmee hij het maakte.
De archiefteams van de Dior Héritage hebben jaren gewerkt om de stukken te catalogiseren – foto’s nemen, data toevoegen, alles beschrijven. Een werk dat wij zelf nooit alleen hadden kunnen doen. We zijn hen heel dankbaar. En zo zijn de twee tentoonstellingen bijna vanzelfsprekend ontstaan.”
Azzedine maakte graag couture voor vrouwen die niet het ‘perfecte’ lichaam hadden.
Wanneer je nu door de expo loopt, zie je dan nog dingen die je verrassen?
“Altijd weer opnieuw, want Azzedine’s werk is heel complex. Er is de ongeziene creativiteit. Er is de tijdloosheid. En dan is er het meesterschap: je kijkt naar een kledingstuk en denkt: hoe heeft hij dit met zijn handen gemaakt? Ik fotografeer zelf regelmatig de achterkant van zijn kleren. Hij maakte kleren voor vrouwen. De aandacht voor de rug, voor de binnenkant, voor alles wat niemand ziet, dat is waar de echte geheimen zitten.
En dan is er de tuxedo-sectie, waar Dior en Alaïa zij aan zij staan met hun specifieke tailoring. Je tilt een kraag op en je ziet het gewicht eronder, elke steek. Het is insane, bij beide. En de taille – beiden waren geobsedeerd door de taille. Er wordt vandaag veel gepraat over oversized, en dat is ook mooi, ik draag niets liever, maar de taille maakt een vrouw vrouwelijker, sterker.
Azzedine maakte graag couture voor vrouwen die niet het ‘perfecte’ lichaam hadden. Dat was wat hij het liefst deed: onderzoeken hoe hij van een lichaam een sculptuur kon maken. Hij was een beeldhouwer.”
Je hebt hem leren kennen in 1980. Wat was het aan hem?
“We werden meteen vrienden en we hebben elkaar nooit meer losgelaten. Hij hield echt zoveel van vrouwen. Hij wilde dat ze zich konden bewegen, vrij waren, de wereld konden veroveren. Hij zei altijd: als je zeker bent van jezelf, ben je mooier. En dat zag je in zijn kleren. Ze gaven je kracht en zelfvertrouwen.”
Je hebt hem ook gered in de jaren negentig. Maison Alaïa dreigde te verdwijnen.
“En toen hij zijn maison wilde heropstarten maar daarvoor de financiële middelen niet had, ben ik naar Prada gestapt. Prada werd partner van Azzedine en zo kon hij zijn maison heropstarten, nadat het tien jaar slapend had gelegen. Ik ben toen met hem beginnen werken aan de herlancering van het huis. En dat heb ik gedaan tot hij overleed in 2017.”
De foundation heeft al Alaïa naast Balenciaga gezet, naast Madame Grés, naast Thierry Mugler. Komt er in de toekomst Alaïa en Comme des Garçons?
(Lacht) “Je weet ervan! Uiteraard wil ik die twee graag samenzetten. Ooit. Op het eerste gezicht lijken er niet veel parallellen, maar als je dieper graaft zijn er net heel veel. De integriteit. Nooit opgeven. Alleen je eigen weg volgen. Rei en Azzedine waren ook vrienden. Het zou een prachtig verhaal zijn.”
Het leven heeft dit voor mij gekozen, niet andersom.
Je pionierschap bij ELLE Italia is destijds abrupt geëindigd. Hoe kijk je daar nu op terug?
“Toen was een schok, natuurlijk. Het voelde onrechtvaardig. Maar het heeft me doen begrijpen dat mijn tijd bij tijdschriften voorbij was. Bij Vogue had de reclame het al overgenomen, het was een systeem geworden. Bij ELLE dacht ik: hier ga ik alle ruimte hebben. Mode als één onderdeel van een groter geheel: fotografie, literatuur, film, food, reizen. Fantastisch, toch?
Maar na vier nummers werd ik ontslagen omdat ik een jurk van Alaïa op de cover had gezet. Een Frans huis dat geen reclame kocht? De Italiaanse adverteerders dreigden om weg te gaan. En ik dacht: genoeg. Als ik hier geen vrijheid vind als hoofdredacteur, vind ik die nergens meer in magazine publishing. Dus opende ik mijn galerij en mijn eigen uitgeverij. En dat was het begin van alles.”
Is verhalen vertellen en doorgeven over mode en fotografie je levenswerk?
“Ik weet niet of ik het zo zou formuleren. Het leven heeft dit voor mij gekozen, niet andersom. Wat ik wel weet: ik ben enorm nieuwsgierig. Wat gebeurt er vandaag? Wat is er nieuw? Wat is mooi? En dan probeer ik, als ik kan, nuttig te zijn en mijn ontdekkingen te delen.
Dat gebeurde via tijdschriftpagina’s, daarna via de galerie en 10 Corso Como, en ook via Azzedine. Ik had het geluk dat ik de mode van drie kanten had gezien: als journalist, als galeriste en als commercieel redacteur. En nu met beide Fondazioni en ook mijn uitgeverij. Het is altijd dezelfde drang geweest: ontdekken, en dan delen.
In mijn galerie heb ik 300 tentoonstellingen getoond. Een fantastisch deel van mijn leven. We houden alles bij in een groot archief en organiseren cursussen voor jonge fotografen en designers. Ze kunnen komen kijken hoe je een tentoonstelling maakt. Ik heb alles bewaard: de brieven, de faxen. Als je eens in Milaan bent geef ik je graag een rondleiding.”
Voordat ik een vlucht boek voor onze EIC en mezelf, nog een laatste vraag: een deel van dit magazine is opgedragen aan Gen Z. We willen de verhalen van de groten vertellen, maar jongeren ook inspireren om alles verder te zetten op hun manier. Heb je advies voor hen?
“Het gaat om wat je vanbinnen hebt. Wat je wil uitdrukken. Of het nu mode is, fotografie, of welke kunstvorm dan ook. Laat zien wat je echt voelt, wat voor jou belangrijk is, zonder naar anderen te luisteren. Want als je als jong talent advies aanneemt van iedereen, raak je zo verward. Te veel informatie. Als ik iemand tegenkom die misschien nog niet perfect is, maar wel origineel: dan ben ik meteen geboeid.”

Azzedine Alaïa and Christian Dior. Two Masters of Haute Couture, Damiani Books
De tentoonstelling loopt nog tot 21 juni 2026 in de Fondation Azzedine Alaïa, 18 rue de la Verrerie, Parijs.
De 4 ELLE Italia issues (sept, nov, okt, dec 1987) onder hoofdredacteurschap van Carla Sozzani, en met foto’s van o.a. Nick Knight, Juergen Teller, Peter Lindbergh, Steven Meisel, Sarah Moon, Bruce Weber en Paolo Roversi zijn te koop op fondazionesozzani.org