Moe, maar tevreden,” zegt Ester Manas, net terug uit Parijs, waar ze tijdens de modeweek samen met haar man en creatief partner Balthazar Delepierre een diner hostte om hun samenwerking met lingeriemerk Prima Donna voor te stellen. Het was de eerste keer sinds de geboorte van hun zoon Cornelius, vandaag vijf maanden oud, dat ze na middernacht opbleven. “Rond één uur ’s nachts keken we elkaar aan en dachten we: wat doen we hier eigenlijk nog?”
Voor me zit een jonge moeder met een fris gezicht, haar strak in een bun en wenkbrauwen waar elke vrouw die in de jaren 90 te enthousiast plukte vandaag grof geld voor zou neertellen.
Manas groeide op op het Franse platteland en herinnert zich hoe haar eerste Chanel-lippenstift voelde als een toegangsticket tot de luxewereld. Vandaag betekent schoonheid meer dan een paar vuurrode lippen. Het zit in haar ontwerpen, de woorden die ze kiest en de manier waarop ze naar zichzelf kijkt. “Ik hoef niet mooi of dun te zijn”, zegt ze. Ik ben liever verliefd op mijn brein dan op mijn spiegelbeeld.”
Je zegt vaak dat lichamen niet genegeerd maar actief niet worden bekeken. Zie jij dat ook in beauty?
“Voor mij werkt beauty fundamenteel anders dan mode. Niet omdat het een betere industrie is, maar omdat de relatie met het lichaam anders is. In mode moet een lichaam passen in kleren, in een vorm, in een systeem. In beauty hoeft dat niet. Je hoeft een lichaam nergens in te dwingen. In campagnes met curvy of dikke vrouwen is het vaak zelfs makkelijker om een sterk en mooi beeld te maken, omdat hun lichaam er gewoon mag zijn, zonder correcties of aanpassingen. Dat maakt beauty op een zekere manier vrijer dan mode. Tegelijk heeft de beautywereld een enorm lelijke kant: de obsessie om jong te blijven, vergaande plastische chirurgie en het voortdurende streven naar perfectie. Maar in de kern gaat beauty over zorg dragen voor het lichaam zoals het is. En net omdat inclusiviteit hier geen fundamentele systeemverandering vraagt, maar gewoon een beslissing, heeft de sector eigenlijk geen excuus om het niet te zijn.”
Heeft de beauty-industrie je iets geleerd over lichaamsbeeld wat mode niet kon?
“Ja. Tijdens onze modeshows zie ik hoe meisjes tot modellen transformeren nog vóór ze de catwalk op gaan. Niet doordat hun uiterlijk drastisch verandert, maar door hoe ze worden verzorgd. Soms is het maar iets eenvoudigs als een crème smeren of hun haar doen, maar ook de gesprekken en de sfeer in de backstageruimte maken een verschil. Ze blijven dezelfde persoon, maar er verschuift iets. Beauty verandert het lichaam niet, maar wel hoe iemand zich in dat lichaam voelt.”
Verandert afvalmedicatie zoals Ozempic fundamenteel hoe we vandaag naar schoonheid en discipline kijken?
“Ik denk niet dat Ozempic op zich het probleem is. Het is een hulpmiddel, geen oplossing. Wat me stoort is dat vrouwen nog altijd het gevoel krijgen dat ze iets moeten doen met hun lichaam om oké te zijn. Dat idee bestrijd ik met mijn ontwerpen heel hard. Niemand zou moeten lijden om te voldoen aan een norm die van buitenaf wordt opgelegd. Vrijheid betekent voor mij dat je zelf beslist hoe je met je lichaam omgaat, of dat nu betekent dat je wil experimenteren of net niet. Wat me wel zorgen baart, is het beeld dat vandaag opnieuw opduikt van hoe een ‘krachtige’ of ‘succesvolle’ vrouw eruit zou moeten zien. Dat is een heel dun, vaak door Hollywood en sociale media gedreven ideaal, dat weinig ruimte laat voor nuance. Voor veel vrouwen is dat onhaalbaar en mentaal schadelijk. Lange tijd draaide alles om mijn lichaam. Nu heb geen behoefte meer aan een perfect spiegelbeeld. Ik ben liever verliefd op mijn brein. Enkel wat ik maak, denk en zeg, doet ertoe. De rest is bijzaak.”
Je ontwerpen herschrijven bestaande regels rond pasvorm en lichaam. Ervaar je make-up ook als iets dat je bewust vormgeeft, of is het voor jou net intuïtiever?
“Make-up was ooit heel belangrijk in mijn leven. Als jonge tiener was ik er compleet door geobsedeerd. Ik heb zelfs ooit een metallic lipgloss gestolen – ik was veertien en had geen geld, maar wilde de kleur zo graag. Toen ik werd betrapt, belde de winkel naar mijn moeder en het grappige is dat zij de gloss uiteindelijk heeft gedragen, niet ik. Jarenlang droeg ik zware make-up: bruine lipliner, roze lippen, bleke foundation op mijn zongebruinde huid, blush én highlighter. Ik kom uit het zuiden van Frankrijk, daar was make-up heel uitgesproken, soms zelfs een tikkeltje vulgair.”
En hier zit je zonder een spatje make-up op. Hoe verliep die evolutie?
“Tijdens mijn opleiding aan La Cambre waren mijn zwarte oogmake-up en knalrode lippen bijna een uniform. Nadat ik mijn diploma behaalde, is dat geleidelijk verminderd en vandaag draag ik bijna geen make-up meer. Niet omdat het me niet meer interesseert – we krijgen nog steeds veel producten en ik test graag dingen uit – maar omdat ik andere prioriteiten heb. Met mijn kledij ging het eigenlijk net zo. Waar vroeger elke dag een soort modeshow was, kies ik nu voor eenvoud en draag ik nog het liefst de kleren van mijn man Balthazar. Voor belangrijke evenementen in Parijs hou ik er nog altijd van om me volledig op te maken en uit te dossen in mijn eigen ontwerpen. Alleen hoeft dat niet meer elke dag.”
Jullie voegden recent scrunchies toe aan de collectie. Waarom precies dat schijnbaar alledaagse en soms verafschuwde accessoire?
“Omdat ik er zelf elke dag een draag. Strakke middenscheiding, lage dot en een scrunchie – dat is mijn vaste look. Ik hou ervan om het gezicht volledig vrij te houden, ook bij onze modellen. Zeker bij ronde of vollere gezichten is het mooi om het haar naar achter te trekken en de gelaatstrekken te laten spreken. Ik draag bijna geen make-up, maar wel altijd oorbellen en een scrunchie. Het is bovendien ook heel praktisch. Ik naai elke dag en dan moet mijn haar strak zitten. Pas als mijn goed ligt, ben ik klaar voor de dag. Noem het gerust een obsessie. Zelfs tijdens mijn bevalling droeg ik mijn haar op die manier. Alleen was dat niet handig om op te liggen en de scrunchie eindigde aan de zijkant van mijn gezicht.”

© Ester Manas
“Ja, maar die is eenvoudig en flexibel. Ik verzorg mijn huid graag met maskers en massages. Ik gebruik een mix van vijf of zes productentol: The Gentle Cleanser van AWvi, Vitamine C-serum van Pers, een oogcrème van The Ordinary, de Tolérance Hydrating Fluid van Avène, het hydraterende masker van Santa Maria Novella en Cold Cream Lipstick van Avène. Soms gebruik ik ook gewoon babyproducten. Ik ben ook fan van het hydraterende masker van Santa Maria Novella. Wat voor mij het belangrijkste blijft, is mijn moment onder de douche. Ik douche meestal twee keer per dag, ’s ochtends en voor het slapengaan. Niet de meest ecologische manier om te ontspannen, maar ik heb het nodig.”
En wat verandert er wanneer je er écht voluit voor gaat?
“Dan focus ik op mijn ogen. Ik gebruik een gouden highlighter van Chanel op mijn oogleden, neus, wangen en boven mijn lip. Ik ben niet goed in contouring, dus ik hou het simpel. Ik kijk vaak naar wat mijn make-upartiest doet bij de modellen en probeer dat zelf toe te passen. In het begin belde ik haar zelfs op voor advies.
Mijn wenkbrauwen zijn heel belangrijk voor mij. Als tiener heb ik ze verprutst met wax. In diezelfde periode heb ik ook mijn bovenlip geschoren. Ik was twaalf en heel radicaal. Een tijd lang had ik bijna geen wenkbrauwen meer en zag ik zag er ziek uit. Gelukkig zijn ze teruggegroeid en hoef ik maar een paar plekjes bij te werken.”
Heeft zwangerschap en moederschap invloed gehad op hoe je vandaag voor jezelf zorgt en naar je lichaam kijkt?
“Ja, maar op een andere manier dan vaak wordt getoond. Tijdens mijn zwangerschap ben ik blijven zwemmen, bijna tot het einde. In het water werd mijn lichaam licht, ook al was mijn ongeboren zoon heel groot. Dat was het enige moment waarop alles echt goed aanvoelde. Vandaag is mijn relatie met mijn lichaam vooral medisch en ligt mijn focus op gezondheid en herstel. Mijn relatie met mijn lichaam is veranderd, niet slechter, maar anders. Ik herken mezelf niet in het beeld van jonge moeders die er na de bevalling ‘beter uitzien dan ervoor’. Dat is ook niet mijn doel.”
Alles wat je maakt is heel visueel en tactiel, terwijl geur net onzichtbaar en moeilijk te controleren is. Welke plaats heeft parfum in jouw leven?
“Mijn eerste echte ervaring met mode was via parfum. Mijn moeder kocht voor mijn verjaardag Alien van Thierry Mugler. Later droeg ik Chance van Chanel. Als je van het Franse platteland komt, is parfum vaak de eerste en enige toegang tot die luxewereld. Geur is voor mij nog altijd heel belangrijk, omdat ik er extreem gevoelig voor ben. Dat was al zo, maar sinds mijn zwangerschap is dat nog sterker geworden. In die periode kreeg Balthazar Bleu de Chanel cadeau, maar ik kon daar absoluut niet tegen. Het was te intens voor mij. Zelf draag ik elke dag hetzelfde parfum, Cologne van het creatieve nichemerk État Libre d’Orange. Momenteel draag ik het enkel wanneer ik niet bij mijn baby ben.”

© Ester Manas
Welk beautyproduct gebruik je al jaren, los van trends?
“De Hydrating Fluid en Cold Cream Lipstick van Avène. Dat zijn blijvers.”
Is er een beautyproduct dat je recent echt verraste?
“Lip Blush van Refy. Geen lipstick en geen lippenbalsem maar een verrassende poedertextuur die een waas van kleur over de lippen legt.”
Als je vandaag één beauty regel of gewoonte zou mogen schrappen, voor jezelf én voor de industrie, welke zou dat zijn?
“Twee dingen: afvalmedicatie zoals Ozempic en de obsessie met jong blijven. We strijden tegen iets wat eigenlijk heel mooi is. Bovendien is het ook nog eens totaal zinloos. Ouder worden is geen fout die je moet corrigeren.”