Voor onze ouders en daarvoor had het leven een vrij duidelijke volgorde: al dan niet studeren, werken en dan het klassieke huisje-tuintje-kindje-verhaal. Maar de laatste tijd valt me iets anders op. Niet alleen online, maar ook om mij heen. Zo zie ik mensen die voor een paar maanden naar een verre bestemming trekken, vrienden die hun appartement opzeggen om remote te werken en anderen die terugkomen van het buitenland om daarna opnieuw te vertrekken. Alsof wonen minder iets geworden is waar je naartoe werkt en meer iets dat onderweg mee verandert. En natuurlijk geldt dat niet voor iedereen. Maar het idee dat je rond je dertigste weet waar je voor altijd zal blijven, voelt veel minder vanzelfsprekend.

Waarom willen we eigenlijk weg?

Misschien is het deels een generatieding: werk, relaties en zelfs identiteiten verschuiven voortdurend. En onze volglijst op Instagram zit vol met mensen die dat op een aantrekkelijke manier weten over te brengen. Kijk naar wat we vandaag interessant vinden: digital nomads, tijdelijke interieurs of woningen die eruitzien alsof niemand er echt woont. Het is niet zo dat we allemaal echt willen vertrekken, maar de mogelijkheid om niet vast te zitten is wel iets waar we naar verlangen. Hoe kan het ook anders, als we vandaag alleen maar voorbeelden zien van mensen die tonen hoe makkelijk opnieuw beginnen kan lijken. En hoewel ‘de grote sprong’ wagen niet per se een must is, voelt weten dat het kan wel als een opluchting.

Wanneer werd “thuis” iets dat meebeweegt?

Meer en meer mensen lijken eerst te kiezen voor een appartement in de stad voor enkele jaren om daarna opnieuw te kijken wat past. Dat zie je ook in cijfers rond huren en later kopen. Kijk ook gewoon eens rond: hoeveel mensen ken je wel niet die bewust kleiner wonen om mobieler te blijven, of koppels die niet direct samen een huis kopen, en vrienden die hun leven lijken op te delen in verschillende kleinere hoofdstukken? Is het dan omdat ze zich nergens willen settelen of eerder omdat voor hen ‘thuis’ minder gekoppeld lijkt aan รฉรฉn plaats en meer aan een periode, levensfase of versie die op dat moment past? Dat maakt wonen niet per se oppervlakkiger, maar wel minder definitief.

Overal thuis, nergens echt

Wie ooit verhuisd is, kent het gevoel misschien wel. Je leert een nieuwe stad kennen, ontdekt enthousiast alle nieuwe adressen en stilaan begin je opnieuw iets op te bouwen. Maar tegelijk laat je telkens ook kleine dingen achter. Een favoriete bakker bijvoorbeeld, vrienden die plots niet meer om de hoek wonen, of dat ene cafรฉ waar ze je bestelling al op voorhand kennen. Het zijn dingen die misschien op het eerste gezicht onbelangrijk lijken, tot je ineens merkt hoe hard je ze eigenlijk mist.

Misschien is dat de keerzijde van al die vrijheid.ย Want overal kunnen wonen betekent niet automatisch dat je je overal thuis voelt.