Lange tijd kozen we onze hardloopschoenen op gevoel. Nu willen we ze comfortabel, technisch, duurzaam en liefst ook mooi. Maar hoe vind je je weg tussen PEBA-schuim, koolstofplaten en ‘maximalistische’ zolen? We vroegen het aan Perrine Seillier, sport- en algemene podoloog.
1. De voet komt eerst
“De morfologie van de voet is het belangrijkst”, benadrukt Perrine. Breedte, wreef, mobiliteit… alles telt mee. Sommige merken (Asics, Hoka, Brooks) vallen smal, andere (New Balance, Saucony) bieden meer ruimte. Een te strakke schoen kiezen is een garantie voor blaren, blauwe nagels of tintelingen. En nee, je schoenmaat van je hakken of sneakers telt hier niet.
“Mensen kiezen vaak een te kleine maat. Maar de voet rekt iets uit en wordt breder tijdens inspanning”, legt de podoloog uit. Je kan dus beter een halve maat of soms zelfs een hele maat groter kiezen. Als je het gevoel hebt te ‘zweven’ tijdens de eerste stappen, is dat normaal.
2. Veters veranderen alles
Een simpele knoop kan een race redden. “Sommige tintelingen komen simpelweg van een drukpunt bovenop de voet”, zegt Perrine. Het veranderen van de veters kan al voldoende zijn om een goede pasvorm te vinden, zeker als de hiel glijdt of de voet te veel beweegt. En als het vetersysteem (zoals bij Salomon) te stug is, kun je de originele veters vervangen door klassieke.
Klein tipje: er bestaan specifieke vetertechnieken voor elk probleem (brede voet, hiel die uit de schoen komt, enz.). Een goede specialist kan laten zien hoe je je veters het best knoopt zodat je zonder pijn kan lopen.
3. Een paar per sport is beter
Trail, weg, fitness… verschillende sporten vragen ook om verschillende schoenen. “Een trailschoen is stijver en steviger voor stabiliteit. Een wegschoen is zachter om de schokken van het asfalt te absorberen.”
Moraal van het verhaal: doe je squats niet in dezelfde schoenen als die waar je een marathon mee loopt. En de trend van dikke ‘maximalistische’ zolen? “Ja, dat is comfortabel, maar het past niet bij iedereen. Pas je schoeisel aan volgens de activiteit, het terrein en het niveau.”
4. Nee, de duurste schoen is niet per se de beste
Koolstofplaatmodellen van 300 โฌ? Niet noodzakelijk (en zelfs contraproductief) voor sporadische hardlopers. “Het zijn zeer technische schoenen die aangepaste spieren vereisen.” Volgens Perrine vind je tussen 150 โฌ en 180 โฌ uitstekende paren. Wees voorzichtig met modellen uit de uitverkoop of oudere seizoenen, door het verouderen van het schuim kan de zool aan demping verliezen.
“Een schoen veroudert zelfs nieuw in de doos. De luchtbellen in de zool ontsnappen met de tijd, waardoor de schoen harder en minder beschermend wordt.”
5. Wanneer moet je ze vervangen?
Je moet ongeveer 800 km lopen voordat de schoen versleten is. Dat is een jaar voor iemand die 10 tot 20 km per week loopt. Signalen die je niet mag negeren: de zool is langs รฉรฉn kant plat, de hiel buigt, of je voelt nieuwe kleine pijntjes. Een versleten schoen is als een te oude matras: ze ondersteunt niets meer.
6. En wat met de inlegzolen?
Er is geen noodzaak om meteen naar de podoloog te rennen bij de eerste hinder, maar als de pijn aanhoudt, kan een volledige loopanalyse helpen. “Vaak kunnen we schoenen of looptechniek aanpassen zonder direct naar inlegzolen te grijpen.” Als het nodig is, blijven steunzolen tijdelijke hulpmiddelen om te corrigeren of de pijn te verlichten.
Onze selectie hardloopschoenen:
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...