We kunnen het niet vaak genoeg herhalen: zonnebescherming is onmisbaar zodra je je huid blootstelt aan de zon. Voor veel mensen is smeren intussen een reflex geworden, maar sommige fouten blijven hardnekkig onder de radar. Eén daarvan maakt je anti-uv-bescherming bijna nutteloos: zonnecrème aanbrengen vlak voor je het water ingaat.
Veel mensen smeren zich in net voor ze het zwembad of de zee induiken, met het idee dat ze goed bezig zijn. Toch is net dat een van de meest contraproductieve gewoontes. Erger nog: je haalt er de werking van je zonnebescherming grotendeels mee onderuit.
Dat legt dermatoloog Dermato Drey uit in een Instagram-story: “Als je zonnecrème aanbrengt vlak voor je het water ingaat, krijgt die geen tijd om in de oppervlakkige lagen van de opperhuid te dringen. Daardoor spoelt ze meteen weg in het water.”
De dermatoloog gaat nog verder: “Dat is niet goed voor het zwembadwater, noch voor natuurlijke zwemomgevingen, en je huid is niet beschermd.” Het gevolg is dubbel: je huid wordt blootgesteld zonder echte bescherming, terwijl de zonnefilters rechtstreeks in het water belanden. Slecht nieuws voor je huid én voor ecosystemen.
Zonnecrème correct aanbrengen
Om geen risico te nemen, volstaan een paar eenvoudige maar belangrijke regels. Breng zonnecrème 20 tot 30 minuten vóór blootstelling aan de zon aan, zodat de filters zich goed aan de huid kunnen hechten. Smeer daarna om de twee uur opnieuw, en zeker na elke zwembeurt.
Om onaangename verrassingen te vermijden, raadt de dermatologe ook aan om tijdens het zwemmen een uv-shirt in lycra te dragen. Een goede gewoonte om deze zomer meteen mee te nemen.