10 dingen die je denkt als je net mama bent geworden

Geüpdatet op 29 Augustus 2018 door Isabelle Vander Heyde
10 dingen die je denkt als je net mama bent geworden

Roze wolk, donderwolk of door puur geluk én baby blues gemengde paarse wolk: moeder worden is een ongelooflijk avontuur waarop niemand je kan voorbereiden. Hoeveel tips je op voorhand ook krijgt (of in mijn geval ontloopt, er is iets ongelooflijk stresserends aan die tsunami goedbedoeld advies), je zal altijd verrast worden door wat je overkomt. Tien gedachten die ik nooit dacht te krijgen:

1/

Wacht even; heeft ze wel oogbollen?!

Het is midden in de nacht en je hebt net een kind op de wereld gezet. Iedereen loopt er in opperbest humeur bij, de felicitaties vliegen in het rond en er wordt unaniem bevestigd dat het mirakeltje op je borst er geweldig uitziet. Niemand lijkt echter te beseffen dat je als mama de enige bent die het kind niet ziet: veel meer dan de bovenkant van het hoofdje valt er vanuit je oogpunt niet te spotten. Plots overvalt een vreselijke gedachte je: heeft dat kind wel oogbollen???? Bij elke echo werd immers met veel precisie gewag gemaakt van een hartje, maagje, stevig darmstelsel en goed gevormde longetjes, maar over oogbollen werd nooit gesproken en dit kindje, dat haar ogen zo stijf dicht knijpt, kan er evengoed géén hebben. Alarm!

Druk druk druk druk druk.

Het moederschap is druk, razend druk, en dan heb ik het niet over het hectische schema van doktersafspraken, de openingstijden van de crèche en het wennen aan de combo baby-werk-baby-werk. Het leven van wie een kindje krijgt, staat van de ene dag op de andere immers in het teken van drukknopjes. Op haar slaapzak, op haar pyjamaatjes, op haar body’s, op haar slabbetje, haar jasjes, haar toilettas en zelfs haar speelgoed: òveral zitten de drukke bastards. Vergt in het begin heel wat behendigheid (al zouden klassieke knoopjes nòg erger zijn) plus je bent constant bang een stukje fragiel babyvel tussen de knopjes mee te drukken. Ik wil niet dramatisch doen, maar ik had niet verwacht dat mijn leven plots in het teken van drukknopjes zou staan. Punt.

2/

Ga weg, je ben irritant, je bent verschrikkelijk, dit is jouw fout, kom terug!!! -gefluisterd-

Slaaptekort, irrationele angsten zoals het oogboldebacle, gierende hormonen en het hulpeloze gevoel wanneer je er maar niet in slaagt negen centimeter babybeentje in acht centimeter pyjamabeentje te parkeren: af en toe wordt het je allemaal teveel en zoek je ruzie met de enige persoon ter wereld die zoveel van je houdt dat hij alles accepteert: de liefde van je leven. Knallende ruzies dus, met veel wederzijdse verwijten, maar niét met slaande deuren. De baby viel na uren krijsen immers nét in slaap in je armen en je wil haar vooral niet wakker maken. Ruziën zonder decibels dus, hartstochtelijk fluisteren en je wenkbrauwen als uitroeptekens gebruiken: zo gaat dat als je een baby hebt.

Op enkele weken tijd ben je in het algemeen trouwens net zo geruisloos geworden als een guerillastrijder, je kent de technieken om de wieg van babylief te besluipen, een trap te beklimmen en eten te koken zonder ook maar één decibel te produceren. Baby slaapt eindelijk, en daar mag zoiets stoms als een krakende trede écht geen verandering in brengen. Tip: parket kraakt minder als je dicht tegen de muren loopt, meteen ook de reden waarom jij en je man plots als twee hagedissen door het huis bewegen.

Snif. Snif snif?!

Laat ik het zo stellen: ik had me voorbereid op allemaal nare geurtjes, maar niets deed me denken dat ik mijn kind ’s avonds aan de crèche zou oppikken met het gevoel een kebab uit de kroketmuur af te halen. Het fantastische kinderdagverblijf waar ze haar dagen dolgelukkig doorbrengt, gebruikt immers een ontsmettend wasmiddel dat ruikt naar pittige, Oosterse kruiden. En dus brengt ook mijn mini-me dat aroma van geroosterde schapenoogbollen (daar heb je die oogbollen weer!) in tajine mee naar huis. Na één dutje ruikt ook haar babykamer ernaar en ’s avonds vraagt mijn man me na een innige kus in mijn hals of ik ben gaan lunchen bij de Libanees. Even wennen, dat moederschap.

3/

Ze heeft een ernstige virale infectie en moet zo snel mogelijk door een spoedarts-professor-expert-tovenaar worden onderzocht!

Waarop de pediater van wacht, die je om 21u ’s avonds tussen de soep en de patatten lastigvalt, haar diagnose stelt: “ze heeft een puistje.”

Jij gaat eraan.

Wijt het aan een oerinstinct om je kleintje te beschermen, een dolgedraaide hormonenhuishouding of gewoon het slaaptekort, maar je wordt plots extreem agressief tegenover je omgeving. Of het nu de liefde van je leven is, je moeder, schoonmoeder, een idioot die een opmerking geeft over je gewicht, een nog idioter subject dat opmerkt dat je je man eens moet buitenlaten, de pediater-tovenaar die voor het eerst een naald in de billetjes van je mini-me plant, een toevallige passant die in het traject van je buggy staat, de kapper die probeert een onnozel praatje te slaan terwijl jij gewoon wil ontspannen, de apotheker die er iets te lang over doet om het juiste melkpoeder voor je te vinden en af en toe zelfs je spiegelbeeld:  je legt in gedachten een kill list aan die het dodenlijstje van Arya Stark zou doen verbleken. Slik.

4/

Hoezo ik mag niet lopen?!

Dit is dus één van de dingen die je echt niet had verwacht. Dat je na een bevalling even niet mag sporten, wist je wel, maar dat hardlopen tot vier maanden erna een grote no-go is, dààr was je ook niet op voorbereid. Omdat de kracht en combinatie van zowat al je rompspieren zijn afgenomen en vooral je bekkenbodemspieren gereduceerd zijn tot pudding, vermijd je best elke vorm van schokbelasting. Blijkt nu dat hardlopen zowat de meest belastende sport is die er bestaat: dokters geven zelfs groen licht om te gaan paardrijden, maar met lopen wordt best nog een paar maanden extra gewacht…  Heel frustrerend!

Zou iemand merken dat er kots op mijn schouder zit?

Want ja, ik heb er vandaag al drie hemden doorgejaagd, een mens kan zich niet blijven omkleden...

5/

-Sorry, baby...-

Als beginnende mama maak je fouten, sowieso. Onvermijdbaar. Buitenstaanders bevestigen dat het allemaal niet zo erg is, dat iedereen het moet leren en dat je baby er heus niet zoveel onder lijdt, maar je wordt toch constant achtervolgd door een knagend schuldgevoel dat als een onvermoeibare reuzenhamster je geweten tot minuscule kruimels reduceert. Sorry dat ik je broek omgekeerd aandeed, sorry dat je melk koud is, sorry dat ik je net in gedachten irritant heb genoemd (sorry sorry sorry!), sorry dat ik je niet hoorde wenen, sorry dat ik even sliep, sorry dat ik een avondje uit ben geweest, sorry dat ik een kater heb, sorry dat ik je niet als een zeemeermin in slaap kan zingen, sorry dat ik als een bergtrol klink, sorry dat ik je teveel knuffel, sorry dat ik niet snap waarom je weent. Kort samengevat: sorry!

Ademt ze?!

De gedachte die zo’n 360,000 keer per dag door je hoofd spookt: dan slaapt die kleine uk eindelijk in, vind je plots dat ze er té vredig bij ligt en ga je als een krankzinnige met je vinger onder haar neus voelen of er wel enige vorm van luchtbeweging is. Wordt ze door die opdringerige vinger uit dromenland gehaald en zet ze het op een krijsen. Zucht…