Interview: duurzame kledingketens, een mythe?

Geüpdatet op 27 April 2015 door Isabelle Vander Heyde
Interview: duurzame kledingketens, een mythe?

bel&bo

“Made in Bangladesh”, een goedkoop prijskaartje: twee alarmsignalen die je als bewuste fashionista moet herkennen. Het stuk kostte een arbeider in het Verre Oosten waarschijnlijk bloed, zweet en tranen, zonder dat hijzelf er zijn dagelijkse kost aan kon verdienen. Juist? “Fout!” zegt Charlotte Delfosse, aankoopster bij Bel & Bo, de Belgische keten die zich onlangs bij de Fair Wear Foundation aansloot. “Zwart-wit denken is uit den boze, Bengaalse arbeiders van hun job beroven ook.”

Bel & Bo, goed voor 84 winkels in ons land, werd dit jaar lid van de Fair Wear Foundation en zet zich in navolging van grotere retailers als H&M in voor eerlijke handel in de modewereld. Veilige werkomstandigheden, een eerlijk loon, correcte uren, geen kinderarbeid, …: we kennen de principes van “schone” kleren allemaal, maar hoe pas je dat toe op grote schaal? Hoe kunnen enorme ketens ze in ere houden? Wat zijn de uitdagingen en oplossingen voor duurzame mode?

LEES OOK: FAIR FASHION EN HET EINDE VAN DE GEITENWOLLEN SOK

Wat betekent het lidmaatschap van de Fair Wear Foundation?

“De FWF is een organisatie die modelabels helpt kledij op een duurzame manier te produceren en verkopen. Ik zeg ‘helpt’, want dit is complexer dan de meeste zwart-wit berichten doen vermoeden.

Je moet weten dat ketens meestal niet in het bezit zijn van eigen fabrieken, maar bestellingen plaatsen bij buitenlandse fabrieken en leveranciers of  kledij aankopen bij importeurs, die elk op hun beurt hun eigen partners hebben. Dat zorgt voor een ingewikkelde, uitgebreide ketting van partijen. Die moeten elk afzonderlijk voldoen aan duurzame principes, maar daar knelt het schoentje: het is bijna onmogelijk op eigen houtje elke speler te controleren, zelfs met de beste wil van de wereld.

Een enorm probleem in het Verre Oosten is bijvoorbeeld de praktijk van subcontracting. Een goedgekeurde fabriek belooft 10,000 broeken binnen de zes maanden te leveren, maar haalt die termijn niet en laat een deel van de bestelling door een derde partij produceren, die niet noodzakelijk aan de eisen van eerlijke mode voldoet.. Dit alles achter de rug van de retailer om.

De FWF begrijpt dit en helpt de knelpunten op te lossen.”

Hoe wordt het dan aangepakt?

“100% duurzaam worden is een proces, je wordt het niet van de ene dag op de andere. Het is dan ook erg kort door de bocht om een retailer als ‘duurzaam’ of ‘niet duurzaam’ te bestempelen. Wij kregen van de FWF drie jaar om orde op zaken te stellen: voldoen we daarna niet aan de criteria, dan liggen we eruit...

In die periode zullen wij, maar ook professionele bedrijfsanalisten, onze hele ketting van partijen onder de loep nemen en tot in de puntjes der puntjes traceren wààr onze kledij écht vandaan komt. Indien een leverancier niet in orde blijkt, zullen we de samenwerking niet meteen stop zetten –arbeiders van hun job beroven is uiteindelijk geen oplossing- maar eerder kijken hoe we de fabriek in kwestie de juiste richting uit kunnen sturen, proberen betere werkomstandigheden voor haar arbeiders te bekomen, kijken welke investeringen mogelijk zijn op dit vlak. Indien we in die tweede stap met tegenstand te kampen krijgen, zetten we de samenwerking wel volledig stil.”

"Controle ter pl
"Controle ter plaatse"

Sinds wanneer zijn jullie bezig met duurzame mode?

“We proberen het principe eigenlijk al lang in ere te houden, zowel op ecologisch als sociaal vlak. Zo hanteren we sinds een tiental jaar een code of labour, die al onze leveranciers en partners moeten ondertekenen. Om de zes maanden bezoekt een team ook de fabrieken in kwestie. De filosofie is er dus altijd geweest, al konden we nooit echt controleren of onze code ook van dag tot dag werd gerespecteerd. We hopen dat het FWF daar verandering in kan brengen en ons kan helpen om dit nòg bedachtzamer op te volgen.  Een stap in de juiste richting, maar een nuance dringt zich op: de rol van de overheden mag niet worden vergeten!”

Hoezo?

“Corruptie is en blijft een groot struikelblok.  Neem nu onveilige fabrieken: vaak zijn de producenten wel in orde (ze betalen eerlijke lonen, hanteren haalbare werkuren, weren kinderarbeid,…), maar geldt dat niet voor de eigenaar van het gebouw zelf.  Een gebouw als Rana Plaza, dat in 2013 instortte en ruim 1000 mensen het leven kostte, herbergde bijvoorbeeld verschillende textielfabrieken, maar ook een bank, winkels en appartementen. Achteraf bleek de eigenaar van de infrastructuur zelf in het bezit van valse veiligheidscertificaten, het blijft echter gissen of de winkeleigenaars, de bankdirecteur, maar ook de fabrieksleiders hiervan afwisten. Het is in een land als Bangladesh niet moeilijk om valse getuigschriften te bekomen, zolang je het bijhorende prijskaartje betaalt.

De vraag is dan natuurlijk hoe ver een retailer moet gaan en waar de taak van de overheid begint. We kunnen tot op een bepaald niveau veranderingen doorvoeren, maar zonder medewerking en goede wil van de lokale besturen zit het hele verhaal vast.”

Het zou dus beter zijn niet meer met fabrieken in die landen te werken?

“Helemaal niet! Een land als Bangladesh, één van de meest dichtbevolkte ter wereld, is juist heel erg afhankelijk van de textielindustrie, meer dan 70% van haar economie steunt erop. Dit wegnemen betekent haar economische groei beknotten en miljoenen mensen hun bron van inkomsten ontzeggen. Communicatie en overleg met de overheid zijn van levensbelang –neem dat in dit geval maar letterlijk. Op dit vlak is er nog veel werk aan de winkel, maar de industrie compleet wegtrekken uit zo’n land zou rampzalige gevolgen hebben.

Duurzame mode betekent ook duurdere mode. Bel & Bo hanteert democratische prijzen, hoe vang je dit op?

Eens het hele proces doorlopen zal zijn en we de zwakke schakels uit ons systeem hebben geweerd, zal de productiekost gegarandeerd een pak hoger liggen. Ethisch ondernemen betekent onvermijdelijk een hogere prijzendruk, maar dit valt als keten wel op te vangen door bijvoorbeeld schaalvergrotingen -dit betekent dat je meer stuks per order gaat bestellen. Aan de verkoopsprijs wordt er dan ook niet gesleuteld, al denk ik dat klanten -die toch ook een sociale verantwoordelijkheid dragen- in het huidige klimaat bereid zijn wat meer te betalen voor een eerlijk product. Maar nogmaals: het is niet onze bedoeling de prijzen omhoog te halen."