Analyse: hoe modieus is diversiteit?

Geüpdatet op 3 Oktober 2017 door Isabelle Vander Heyde
Analyse: hoe modieus is diversiteit?

it's a small small worldOf omgekeerd: hoe divers is de mode?

De modeweken zitten erop, het einde van een maand vol stijlfratsen die van New York tot Londen op het menu stonden. Internationale designers toonden hun collecties, bloggers en journalisten uit de vier windstreken vergaapten zich aan het schouwspel terwijl kopers van over de hele wereld hun bestelling plaatsten. Een bonte verzameling  fashionista’s dus, verenigd in hun passie voor mode.

Niet zo bont, meent ex model Bethann Hardison echter. Zij richtte, gesteund door topmodellen als Iman, Naomi Campbell en Jourdan Dunn, de Diversity Coalition op en liet voor de aanvang van de modeweken in een open brief haar onvrede over het gebrek aan gekleurde modellen op de catwalks horen:

“Alle ogen zijn gericht op modehuizen die seizoen na seizoen slechts één of zelfs geen gekleurd model boeken. Wat de reden daarvoor ook is, het resultaat is racisme. Iemand niet accepteren omwille van zijn of haar huidskleur gaat verder dan “esthetiek” wanneer het consistent is verbonden aan het imago van een label. Of het nu de beslissing van designer, stylist of casting verantwoordelijke is: de keuze om enkel blanke modellen op de catwalk toe te laten, past niet in onze moderne maatschappij.”

1Een mooie oproep die gedeeltelijk gehoor kreeg, al blijft die invloed jammer genoeg beperkt. Het Amerikaanse online magazine Jezebel zette na New York Fashion Week zelfs het gebrek aan kleur op de catwalk zwart op wit: zo’n 80% van de deelnemende modellen waren blank, 8% Aziatisch, 8% zwart en 3% Latino. Bijkomend probleem is dat de kleine hap kleurlingen maar al te vaak vertegenwoordigd werd door dezelfde gezichten: de donkere Jourdan Dunn, Joan Smalls en Grace Mahary enerzijds, de Aziatische Yumi Lambert, Tian Yi en Liu Wen anderzijds zijn volgens Jezebel excuustruzen van dienst. Onbekende namen maken zo blijkt geen schijn van kans op een plaatsje in het zonlicht.

Over zonlicht gesproken, ook Hardison blijft voorzichtig: “Ik ben blij met de kleinste vooruitgang, maar die moet consistent blijven. Diversiteit blijkt ook afhankelijk te zijn van de seizoenen: voor de zonnige zomercollecties worden altijd wat meer kleurlingen gecast. De echte test komt pas in februari, wanneer de wintercollecties worden geshowd,” liet ze bij de blog Fashionista optekenen. Ook de afzonderlijke modesteden gaan anders om met verscheidenheid: “Het moeilijkste blijft volgens mij de algemene perceptie te veranderen. In Milaan zie je amper donkere mensen, of toch veel minder dan in New York of Londen: het publiek zou meer verscheidenheid op de catwalk als ongewoon en vreemd kunnen ervaren en dus minder happig reageren. Tegelijk zijn de modehuizen die daar showen toch globale bedrijven… Hun historische drang naar uniformiteit en de bijhorende verkoopsmentaliteit is niet soepel. Parijs wordt volgens mij de hardste noot om te kraken.”

Parijs, waar ironisch genoeg toch een knap staaltje diversiteit werd neergezet door Rick Owens. Hij huurde in plaats van modellen een Amerikaanse Step groep in – Step is een soort dans met Afro-Amerikaanse roots waarbij percussie, zang en hevige dansbewegingen worden gecombineerd. Een groter verschil tussen de stevige dames in kwestie en de boomlange, frêle modellen waaraan het publiek gewend is, kan je niet vinden. “Het was een heerlijke middelvinger naar conventionele schoonheid,” besloot de ontwerper achteraf.

2

Een positieve boodschap, al waarschuwt Jourdan Dunn voor vroegtijdige triomfreacties: “Ik wil niet dat diversiteit de zoveelste trend van het moment wordt, ik wil dat designers ook consistent andere idealen en culturen betrekken.” Want trendy is het onderwerp wel. Carine Roitfeld stelde voor de septembernummers van de wereldwijde edities van Harper’s Bazar haar veelbesproken Singular Beauties editorial samen. Daarin werden verschillende vormen van schoonheid –oud, jong, groot, klein, blank, zwart,…- verkend. Ze kreeg echter de kritiek in clichés te vervallen en de sexy, voor de hand liggende alternatieven op conventionele schoonheid te gebruiken.

Velen vragen zich dan ook af wanneer andere culturen in hun authentieke vorm eindelijk hun plaats op het modetoneel zullen krijgen.

Want ook de manier waarop minderheidsgroepen aan bod komen op en naast de catwalk doet de gemoederen oplaaien. Alleen al in het voorbije jaar werd dat meer dan eens duidelijk. Vogue Nederland kwam onder vuur nadat het een blank model zwart verfde in een knipoog naar de zwarte zangeres Josephine Baker. Het zogenaamde Blackface incident volgde bijna meteen op het Redface debacle rond actrice Michelle Williams. Zij poseerde voor de “No Place Like Home” editorial van het Britse Another Magazine in acht versies van de typische Amerikaanse vrouw – één ervan een squaw, inclusief gevlochten pruik en pluimpjes. De karikaturale foto werd met een golf van verontwaardiging ontvangen in de Verenigde Staten. Ook Victoria’s Secret werd onvriendelijk gevraagd haar indiaantjeskostuum op te bergen, alsook haar Sexy Little Geisha setje. Klein bier in vergelijking met de reacties op Dolce & Gabbana’s Blackamoor oorbellen -de accessoires die de zomercollectie van 2013 van kleur moesten voorzien, maar dat op de verkeerde manier deden. Blackamoor is een Middeleeuwse kunstvorm die zwarten als exotische wezens afbeeldt: veel bananen en gouden oorringen, weinig realiteit. Het wordt dan ook algemeen beschouwd als een racistische beweging die slavernij promoot.

4

5

Controverses die begrijpelijk voor opschudding zorgden. Het stereotyperen van minderheidsgroepen kan gezien worden als een vorm van neo-imperialisme, zoals een boze reactie op het Nederlandse Blackface geval in de Huffington Post te kennen liet: “Men eigent zich zonder recht een andere cultuur toe en en vervormt, forceert het zelf naar de visie van de eigen cultuur.”

Wat is er mis met de modewereld? Mag enkel de blanke, Kaukasische schone meespelen en zijn al de rest maar wulpse geisha’s, slaafse negertjes en barbaarse squaws? Niet noodzakelijk, alleen zijn bepaalde gevoeligheden niet overal dezelfde.

We leven in een multiculturele samenleving, het is niet meer haalbaar om diversiteit uit te sluiten. Wie zich er wél aan waagt, moet dan weer extreem voorzichtig zijn. Het is immers onmogelijk alle verschillende culturen te kennen én te begrijpen. Zowel mode-insiders als critici moeten daar rekening mee houden en het is op dàt vlak dat velen nog moeten evolueren.

Designers moeten niet ongeïnformeerd aan een “cultureel” project beginnen, of op z’n minst leden van de cultuur in kwestie betrekken. Een goed voorbeeld is Rick Owens. Of Rodarte, wiens collectie twee jaar geleden op de Australische aboriginals was gebaseerd. De Mulleavy zussen, creatief directeurs van het label, gaven toe nooit in Australië te zijn geweest, maar gebruikten wel prints van moderne aboriginal artiesten. Prints waarop ze rijkelijk patenten hadden betaald opdat de artiesten in kwestie ook bij de collectie zouden welvaren.

6Designers, stylisten, fotografen en redacteurs moeten dus extra op hun hoede zijn om een verkeerde beeldvorming te voorkomen. Anderzijds is enige voorzichtigheid ook voor critici gezond.

Opvallend is hoe verschillend de reacties op Amerikaanse en Europese blogs klonken na de Nederlandse Blackface. Op dit continent werd sussend gereageerd, vielen sommigen zelfs uit de lucht –vooral toen onze geliefde Zwarte Piet in woedende overzeese reacties ook door het slijk werd gehaald. “Europeanen snappen het gewoon niet!” klonk het gefrustreerd op de Amerikaanse blog fashionista.com. Misschien moeten we die stelling omkeren en snappen de Amerikanen de Europese mentaliteit niet?

Overhaaste reacties zijn soms “over”reacties. Eigen aan verschillende culturen is natuurlijk dat ze een verschillende geschiedenis, dus ook andere taboe’s en mentaliteit hebben. In sommige Europese landen is de perceptie van slavernij en segregatie anders dan in de Verenigde Staten, waar rassenscheiding tot de jaren zestig bij wet van kracht was. Een blank model met een zwart geverfd gezicht zorgt hier dan ook niet automatisch bij iedereen voor schokgolven. Ook daar moet je als criticus begrip voor hebben, ook dat moet je in zijn context kunnen plaatsen.

De heren Dolce en Gabbana bijvoorbeeld, verdedigden hun verketterde, zogenaamde Blackamoor oorbellen door te stellen dat ze gebaseerd zijn op Moorse keramiek.  Dat laatste zit sinds de Moorse invasie van het eiland in de negende eeuw diep ingeworteld in Sicilië, het thuisland en grote inspiratiebron van de ontwerpers. Volgens hen geen verwijzing naar slavernij dus, eerder naar de bezetting van hun land door Noord-Afrikaanse volkeren en de kunst die er uit is voortgekomen. Of dat nu echt hun inspiratiebron is geweest of niet, feit is dat geschokte reacties nooit bij deze optie hadden stilgestaan.

Clichévorming en stereotypering met een gezonde dosis zelfspot is in de Europese traditie trouwens ook altijd aanwezig geweest. Neem nu opnieuw Dolce en Gabbana, die het ene na het andere cliché over hun thuisland opvoeren. Verre van realistisch, of denk je nu echt dat de gemiddelde Siciliaan op de schoot van zijn wulpse ‘mamma’ komt uithuilen omdat hij het meisje van zijn dromen van haar maffiabaas/papa niet meer mag zien –waarop de uitverkorene als sexy non in een klooster wordt opgesloten? De Maffia is allesbehalve een “licht” onderwerp en toch neemt niemand aanstoot tegen de campagnes die als humoristisch worden ervaren.

7Waakzaamheid is geboden, het is zeker niet de bedoeling racistische beeldvorming of het gebrek aan diversiteit te relativeren. Wel om automatische zwart-wit denkerij –zo toepasselijk in deze hele discussie- in beide richtingen te ontmoedigen.

Een voorbeeld van een constructieve reactie is het Beyond Buckskin Lookbook, een project dat hedendaagse Native Amerikaanse mode in de verf zet – en dat zonder in oorlogsverf en pluimentooien te vervallen. “We moeten onze stem op een productieve manier laten horen in plaats enkel maar te klagen en anderen af te breken,” vindt Jamie Okuma, wiens ontwerpen onder andere in het boek staan. Een mening die gedeeld wordt door de in LA gebaseerde designer Bethany Yellowtail: “We moeten laten zien hoe moderne Native American mode eruitziet.” Het creatieve antwoord dus op controverses als Victoria’s Secret indiaantjeslingerie.

beyond buckskinTot slot nog even dit: we mogen niet vergeten dat mode een kunstvorm  is: ontwerpers kiezen een inspiratiebron en geven die hun eigen, persoonlijke twist, werken met clichés die niet noodzakelijk stroken met de realiteit. Je kan je dan natuurlijk ook deze vraag stellen: sinds wanneer moet mode/kunst de realiteit perfect weerspiegelen?

Een vraag die ons bij dé grote contradictie van de modewereld brengt: designers staan aan het roer van regelrechte multinationals, waar harde cijfers, winst en het verspreiden van een verantwoorde wereldvisie tellen. Anderzijds zijn het grote kinderen die hun inspiratie halen in -en dus leven van- hun fantasie en droomwereld, kinderen die wat extra wereldopvoeding kunnen gebruiken en moeten begrijpen dat cowboy en indiaantje spelen niet langer kan.

“It’s a small (sensitive) world after all… “

10