FASHION WEEK BLOG: observers vs. participants

Gepubliceerd op 18 Februari 2014 door Laure Vandendaele
FASHION WEEK BLOG: observers vs. participants

suzy menkes

De modeweken bijwonen. It's a dirty job, but someone's gotta do it. Over de liefde en haat en alles daar tussenin voor de modewereld en haar inwoners.

Het zelfvertrouwen van een anonieme observator (laten we ervan uitgaan dat ik het in dit geval gewoon over mezelf heb) kan tijdens de modeweken flink onderuit gehaald worden. Niet door de modellen met benen tot onder hun oksels, perfecte huid en glanzend haar daar op de catwalk. Zij spelen in een andere categorie en mogen hun uiterlijke schoonheid gerust tentoonspreiden tijdens hun ererondje op de runway. Dat is uiteindelijk hun werk, hetgeen waarvoor ze - in vele gevallen - goed betaald worden.
Het is eerder het modevolkje zelf, met hun hoge hakken, rode lippen en perfecte kapsels, dat de plat geschoeiden en de in praktische outfits gehulden, ik heb het alweer over mezelf, een slecht gevoel geven. Of de fotograaf die je in een nanoseconde scant en in eenzelfde tijdspanne tot de conclusie komt dat er geen streetstyle-waardig individu voor zijn lens passeerde. Deze mensen zijn er natuurlijk niet op uit om anderen te negeren of denigreren, dat zou maar al te erg zijn, het is in sommige kringen gewoon de gang van zaken en de een is er uiteraard beter tegen bestand dan de ander.
Hoewel ik het niet aan mijn hart zou mogen laten komen, moet ik mezelf er op die momenten soms even aan herinneren dat mode voor mij niet – en ik sta hierin uiteraard niet alleen - om dat uiterlijk vertoon draait. Mode draait om een verhaal, een idee of een emotie, vertaald naar een goedgemaakte collectie met stukken om van te dromen en van te houden.

Er zijn nu eenmaal ‘observers’ en ‘participants’, zeker ook in de grillige wereld van de mode.  Na enkele jaren mee te draaien in het ‘het wereldje’ ben ik er nog meer van overtuigd geraakt dat je niet actief hoeft deel te nemen om er iets van te kennen en erover te schrijven. Een muziekjournalist hoeft toch ook geen rockster te zijn of een perfecte solo uit zijn gitaar te toveren ? Noch moet een sportcommentator de gouden medailles aaneen rijgen om met kennis van zaken een wedstrijd te kunnen verslaan.
Toch lijken er in de modewereld andere regels te gelden. De kleren maken tijdens de modeweken maar al te vaak de man en wie erbij wil horen, zorgt maar beter dat het plaatje past. Fancy outfit (liefst van volgend seizoen), een paar indrukwekkende pumps, een mooi opgemaakte snoet, kappersverse lokken en een auto met chauffeur die jou en je posse netjes op tijd van show naar show brengt. En aan het einde van de dag naar dat ene feestje waar werkelijk ‘everybody’ aanwezig zal zijn.

Zelf neem ik flink, hoofdzakelijk om budgettaire redenen,  de metro of ga ik het eindje gewoon te voet. Dat kan, want aan mijn voeten geen hooggehakte gevaartes, wel comfortabele sneakers. Niet omdat ik niet van hakken hou, integendeel, maar gewoon omdat het mijn prioriteit is om een modedefilé te zien, niet om er zélf als eentje uit te zien. Het stemt me dan ook steeds gerust om tussen de rijen wiebelende hoofden door modejournaliste Suzy Menkes op haar ereplaats frontrow te spotten. Menkes is met haar eigenzinnige kapsel, soms vreemde kledingkeuze en gebrek aan size zero bezwaarlijk een modepopje te noemen. Toch is de journaliste met de laptop op de schoot een van dé referenties in de modejournalistiek. Suzy Menkes registreert, analyseert, is aanwezig maar neemt niet deel aan randfenomenen van de mode zoals trendy feestjes en gruwelt bij het hele streetstyle gebeuren. Het was ook zij die vorig jaar de term ‘modecircus’ lanceerde. Streetstyle, het blijft ook in mijn ogen nog steeds een vreemd fenomeen.

Uiteraard niets dan respect voor de mooie jongens en meisjes die dagelijks perfect uitgedost op het appel, in dit geval de ingang van het statige Somerset House (het epicentrum van de Londense modeweek) verschijnen, en weer en wind trotseren om toch maar gekiekt te worden. (gelukkig voor hen is het een zachte winter)
Wanneer een fotograaf hen opmerkt, poseren ze gretig als volleerde modellen voor de lens terwijl het zelfvertrouwen met elke klik van de camera toeneemt. De teleurstelling in hun ogen wanneer ze schromelijk over het hoofd gezien worden, verbergen ze dan maar achter een schreeuwerige zonnebril.

Ik sta erbij en kijk ernaar en baan me een weg door een zee van flamboyante, kleurrijke en luide figuren terwijl ik probeer niet te verdrinken. Eens op straat hap ik naar adem en bedenk hoe ik die verdomde modeweken - en dan vooral het gedoe er rond - bij momenten vervloek.

Maar het duurt gelukkig nooit lang. Tot op het moment waarop weer een nieuw defilé van start gaat om precies te zijn. De lichten doven, de eerste noten beginnen te spelen en het eerste model komt krachtig de catwalk opgestapt. Dan komen de haartjes in mijn nek overeind, gaat mijn hartslag de hoogte in en kijk ik geconcentreerd naar de mode van morgen die in volle vaart voor mijn neus passeert. Op dat moment, wanneer het zes maanden durend creatief proces, een nieuwe collectie, muziek, decor en beauty samenvallen, herinner ik me weer dat ik echt wel van mode hou. Maar dan vanop de zijlijn, observerend, liefst in alle stilte.